De voorwaardelijke wijs: El condicional simple

El condicional simple


El condicional simple se usa para expresar deseos, hipótesis o recomendaciones.

(De onvoltooid verleden toekomende tijd (condicional simple) wordt gebruikt om wensen, hypotheses of aanbevelingen uit te drukken.)

Wat druk je uit met de condicional simple?

  • Hypothese / scenario: wat je zou doen onder bepaalde voorwaarden.
  • Wens: wat je graag zou willen (maar het is nog niet zeker).
  • Aanbeveling (zacht): advies met een beleefde, niet-dwingende toon.

Vergelijk in het Nederlands: “ik zou huren”, “wij zouden verhuizen”.

Vorming: infinitief + vaste uitgangen

Je neemt het hele infinitief (dus met -ar/-er/-ir) en plakt de uitgang eraan.

  uitgang voorbeeld
yo -ía alquilaría
-ías venderías
él / ella / usted -ía viviría
nosotros/as -íamos buscaríamos
vosotros/as -íais aceptaríais
ellos/as / ustedes -ían reformarían

Waar moet je extra op letten? (typische valkuilen)

  • Altijd een accent op í: -ía, -ías, -íamos, -íais, -ían.
    • correct: viviría
    • fout: viviria
  • Het infinitief blijft intact: geen stamverandering.
    • correct: vendería (niet “vendr-” bij regelmatige werkwoorden)
  • Zelfde vorm bij yo en él/ella/usted: allebei -ía.
    • yo alquilaría / él alquilaría

Condicional met “si”: welke tijd gebruik je na si?

In dit hoofdstuk zie je vaak:

  • condicional in de hoofdzin (wat je zou doen)
  • presente na si (de voorwaarde die realistisch/actueel is)
structuur voorbeeld betekenis
Condicional + si + presente Yo alquilaría un piso si encuentro algo barato. Ik zou huren, als ik iets goedkoops vind.
si + futuro Si firmarás el contrato... Na si gebruik je hier geen toekomende tijd.

Snelle check: staat er si? Denk dan eerst: “welke tijd hoort hier?” In deze unit meestal presente.

Wanneer kies je condicional en niet futuro?

  • Futuro = besluit/voorspelling: “ik ga/zal het doen”.
  • Condicional = afhankelijk, hypothetisch, beleefd: “ik zou het doen (maar…)”.
situatie Spaans Nederlands
Je beslist echt Mañana alquilaré el piso. Morgen zal ik het appartement huren.
Je overweegt / onder voorwaarden Alquilaría el piso si bajan el precio. Ik zou het huren als ze de prijs verlagen.

Zelfcheck (30 seconden)

  1. Wil je “zou” zeggen (wens/hypothese/advies)? → condicional.
  2. Neem ik het hele infinitief? (alquilar, vender, vivir)
  3. Heb ik de juiste uitgang én het accent? (í)
  4. Staat er si? → in deze context meestal presente na si.
  1. Het wordt gevormd met de infinitief + -ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían.
 Alquilar (huren)Vender (verkopen)Vivir
YoAlquilaría (huren)Vendería (verkopen)Viviría (wonen)
Alquilarías (huren)Venderías (verkopen)Vivirías (wonen)
Él / ellaAlquilaría (huren)Vendería (verkopen)Viviría (wonen)
Nosotros/asAlquilaríamos (huren)Venderíamos (verkopen)Viviríamos (wonen)
Vosotros/asAlquilaríais (huren)Venderíais (verkopen)Viviríais (wonen)
Ellos/asAlquilarían (huren)Venderían (verkopen)Vivirían (wonen)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Yo ______ un piso amueblado cerca del metro para ir al trabajo sin coche.

Ik ______ een gemeubileerd appartement dicht bij de metro om zonder auto naar het werk te gaan.

2. ¿Tú ______ el contrato de alquiler hoy si el piso está en buen estado?

Zou jij vandaag het huurcontract ______ als het appartement in goede staat is?

3. Nosotros ______ un piso de estudiantes en un barrio tranquilo, pero no muy lejos del centro.

Wij ______ een studentenwoning in een rustige wijk, maar niet te ver van het centrum.

4. Ellos ______ el dormitorio de invitados si compraran el chalé.

Zij ______ de logeerkamer als ze het chalet zouden kopen.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de voorwaardelijke wijs (infinitief + -ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían) om een wens, een hypothese of een aanbeveling uit te drukken.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Yo (alquilar) un piso cerca del trabajo si encuentro algo barato.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Yo alquilaría un piso cerca del trabajo si encuentro algo barato.
    (Ik zou een appartement huren in de buurt van mijn werk als ik iets goedkoops vind.)
  2. ¿Tú (comprar) este sofá o prefieres otro?
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    ¿Tú comprarías este sofá o prefieres otro?
    (Zou jij deze bank kopen of heb je liever een andere?)
  3. Mi jefe (recomendar) hacer una pausa a media mañana.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mi jefe recomendaría hacer una pausa a media mañana.
    (Mijn baas zou aanraden om halverwege de ochtend een pauze te nemen.)
  4. Nosotros (cambiar) de ciudad si nos ofrecen un buen trabajo.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Nosotros cambiaríamos de ciudad si nos ofrecen un buen trabajo.
    (Wij zouden verhuizen als we een goede baan aangeboden krijgen.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage