Los pronombres de objeto indirecto se usan para indicar a quién o para quién se realiza una acción.
(Indirecte objectpronomen worden gebruikt om aan te geven aan wie of voor wie een handeling wordt uitgevoerd.)
- Indirecte objectpronomen beantwoorden de vraag: Aan wie?
- Indirecte objectpronomen staan vóór het vervoegde werkwoord of worden aan het einde van een infinitief of gerundium vastgeplakt.
| Pronombre (Voornaamwoord) | Significado | Ejemplo (Voorbeeld) |
|---|---|---|
| Me | A mí | El recepcionista me ha explicado cómo hacer el check in. (De receptionist heeft mij uitgelegd hoe je kunt inchecken.) |
| Te | A tí | ¿Te han dado la llave de habitación? (Hebben ze jou de kamersleutel gegeven?) |
| Le | A él | El guía le ha dado la llave. (De gids heeft hem de sleutel gegeven.) |
| Nos | A nosotros | El hotel nos ha ofrecido una solución rápida. (Het hotel heeft ons een snelle oplossing aangeboden.) |
| Os | A vosotros | La recepcionista os ha ayudado con el problema de check in. (De receptioniste heeft jullie geholpen met het probleem bij het inchecken.) |
| Les | A ellos | Les explicamos el problema a los recepcionistas. (We leggen het probleem uit aan de receptionisten.) |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. ¿___ doy la llave de la habitación 312?
Geeft u ___ mij de sleutel van kamer 312?2. Necesito toallas extra, ¿___ las trae el servicio de limpieza, por favor?
Ik heb extra handdoeken nodig, brengt de schoonmaakdienst ze alstublieft ___?3. Si tiene un problema con la habitación, ___ cambiamos a otra más tranquila.
Als u een probleem met de kamer heeft, ___ wisselen we u naar een andere, rustigere kamer.4. Señores, si quieren descansar, ___ explico el horario del servicio de limpieza.
Dames en heren, als u wilt uitrusten, ___ leg ik u het schema van de schoonmaakdienst uit.Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin.
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Werk in tweetallen en onderhandel een oplossing met de receptionist met gebruik van indirecte voornaamwoorden.
- ¿Qué problema explicas en recepción y qué necesitas que te solucionen? (Welk probleem leg je uit bij de receptie en wat heb je nodig dat ze voor je oplossen?)
- ¿Qué preguntas haces sobre la llave y el número de habitación y a quién se las haces? (Welke vragen stel je over de sleutel en het kamernummer en aan wie stel je die?)
- En recepción me piden la reserva y el número de habitación. (Bij de receptie vragen ze me om de reservering en het kamernummer.)
- ¿Me puede dar la llave, por favor? (Kunt u mij de sleutel geven, alstublieft?)
- ¿Te han explicado cómo hacer el check in? (Hebben ze je uitgelegd hoe je moet inchecken?)
- Me (Mij)
- Te (Jou)
- Le, Les (Hem/haar, Hen)