Leer expresiones esenciales para expresar acuerdo y desacuerdo en español, como "creo que" (indicativo) y "no creo que" (subjuntivo). Domina frases clave para comunicar certeza, duda y opiniones con ejemplos prácticos.
  1. Creo que + indicativo** om instemming of zekerheid uit te drukken.
  2. No creo que + subjuntivo om afkeuring of twijfel te tonen.
  3. Positieve mening = indicatief; negatieve mening = conjunctief
Expresión (Uitdrukking)Uso (Gebruik)Ejemplo (Voorbeeld)
Creo que + indicativo (Ik denk dat + indicatief)Certeza  (Zekerheid)Creo que es urgente.
No creo que + subjuntivo (Ik geloof niet dat + conjunctief)Duda o negación (Twijfel of ontkenning)No creo que sea urgente.
Está claro que + indicativo (Het is duidelijk dat + indicatief)Hecho evidente  (Feitelijke gebeurtenis)Está claro que tenemos tiempo.
No está claro que + subjuntivo (Het is niet duidelijk dat + subjunctief)Falta de claridad  (Onzekerheid)No está claro que tengamos tiempo.
Es verdad que + indicativo (Het is waar dat + indicatief)Afirmación verdadera  (Ware bewering)Es verdad que organizan bien.
No es verdad que + subjuntivo (Het is niet waar dat + conjunctief)Negación de verdad  (Ontkenning van waarheid)No es verdad que organicen bien.
Estoy seguro de que + indicativo (Ik ben er zeker van dat + indicatief)Seguridad (Veiligheid)Estoy seguro de que completas la tarea.
No estoy seguro de que + subjuntivo (Ik ben niet zeker dat + conjunctief)Inseguridad  (Onzekerheid)No estoy seguro de que completes la tarea.

Oefening 1: Expresar acuerdo y desacuerdo

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

No estoy seguro de que, Estoy seguro de que, Es verdad que, No es verdad que, Está claro que, No creo que, No está claro que

1. Seguridad:
... completas el formulario sin problemas.
(Ik weet zeker dat je het formulier zonder problemen invult.)
2. Afirmación verdadera:
... ellos trabajan en equipo.
(Het is waar dat zij in teamverband werken.)
3. Inseguridad / Subjuntivo:
... cambies de opinión fácilmente.
(Ik ben niet zeker of je van mening zal veranderen.)
4. Duda / Subjuntivo:
... la responsabilidad sea suya.
(Ik denk niet dat de verantwoordelijkheid bij hem ligt.)
5. Duda / Subjuntivo:
... él organice bien el proyecto.
(Ik denk niet dat hij het project goed organiseert.)
6. Hecho evidente:
... la tarea es urgente.
(Het is duidelijk dat de taak dringend is.)
7. Falta de claridad:
... completemos todas las tareas hoy.
(Het is niet zeker dat we vandaag alle taken voltooien.)
8. Negación de verdad:
... cambien de líder cada semana.
(Het is niet waar dat ze elke week van leider veranderen.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin voor elke situatie, let daarbij op het gebruik van de indicatief en de conjunctief bij uitdrukkingen van instemming en onenigheid, en op de woordenschat van organisatie en delegatie.

1.
Onjuist om de conjunctief te gebruiken na 'Ik denk dat'; er moet indicatief worden gebruikt.
Na 'Ik denk niet dat' wordt de conjunctief gebruikt, niet de indicatief.
2.
Fout: bij 'Ik denk dat' wordt de indicatief gebruikt, niet de conjunctief.
Fout: na 'Ik denk niet dat' moet de conjunctief ('esté') gebruikt worden, niet de indicatief ('está').
3.
Fout: na 'Het is niet waar dat' wordt de conjunctief gebruikt ('esté'), niet de indicatief.
Onjuiste combinatie als de taak echt nog openstaat, want dit spreekt de ontkenning tegen.
4.
Na 'Ik ben er niet zeker van dat' hoort de conjunctief ('delegeren'), niet de indicatief.
Fout: na 'Ik ben ervan overtuigd dat' wordt de indicatief gebruikt, niet de conjunctief.

Uitdrukken van instemming en onenigheid in het Spaans

Deze les behandelt hoe je in het Spaans op een duidelijke manier je mening kunt geven door instemming (akkoord) of onenigheid (afkeuring) uit te drukken. Het leerdoel is het begrijpen en oefenen van vaste uitdrukkingen die gebruik maken van de indicativo (aantonende wijs) en de subjuntivo (aanvoegende wijs), afhankelijk van de mate van zekerheid of twijfel die wordt uitgedrukt.

Belangrijkste uitdrukkingen en gebruik

  • Creo que + indicativo: wordt gebruikt om zekerheid of instemming te tonen. Bijvoorbeeld: Creo que es urgente.
  • No creo que + subjuntivo: drukt twijfel of onenigheid uit over iets. Bijvoorbeeld: No creo que sea urgente.
  • Está claro que + indicativo: geeft een duidelijk feit weer, iets wat evident is. Bijvoorbeeld: Está claro que tenemos tiempo.
  • No está claro que + subjuntivo: geeft aan dat iets niet zeker of duidelijk is. Bijvoorbeeld: No está claro que tengamos tiempo.
  • Es verdad que + indicativo: voor het bevestigen van waarheden. Bijvoorbeeld: Es verdad que organizan bien.
  • No es verdad que + subjuntivo: voor het ontkennen van waarheden. Bijvoorbeeld: No es verdad que organicen bien.
  • Estoy seguro de que + indicativo: drukt zekerheid uit. Bijvoorbeeld: Estoy seguro de que completas la tarea.
  • No estoy seguro de que + subjuntivo: toont onzekerheid of twijfel. Bijvoorbeeld: No estoy seguro de que completes la tarea.

Samenvatting Grammatica

In het Spaans bepaalt de context of er gebruik wordt gemaakt van de indicativo of subjuntivo na bepaalde zinswendingen. Positieve meningen en zekerheden gaan altijd samen met de indicativo. Negaties, twijfel of onenigheid leiden steevast tot de subjuntivo. Dit is een belangrijk verschil met het Nederlands, waar we zulke nuances vaak minder sterk onderscheiden in de werkwoordsvorm.

Verschillen met het Nederlands

In het Nederlands wordt vooral met de gewone aanvoegende of gebiedende wijs gewerkt, zonder aparte subjunctiefvormen. Uitdrukkingen zoals "Ik geloof dat" worden gevolgd door de normale persoonsvorm, ongeacht of de zin positief of negatief is. In het Spaans verandert de werkwoordsvorm na "creo que" (indicativo) tegenover "no creo que" (subjuntivo). Dit is een essentieel aandachtspunt voor Nederlandstalige studenten.

Handige uitdrukkingen om te onthouden

  • Creo que... - Ik denk dat...
  • No creo que... - Ik denk niet dat...
  • Está claro que... - Het is duidelijk dat...
  • No está claro que... - Het is niet duidelijk of...
  • Es verdad que... - Het is waar dat...
  • No es verdad que... - Het is niet waar dat...
  • Estoy seguro de que... - Ik ben zeker dat...
  • No estoy seguro de que... - Ik ben niet zeker dat...

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage