Ejercicio: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. Imagina invitar a tus amigos a una de estas actividades y crea el diálogo. (Stel je voor dat je je vrienden uitnodigt voor een van deze activiteiten en maak het gesprek.)
  2. ¿Ves a tus amigos a menudo? ¿Qué tipo de actividades os gusta hacer juntos? (Zie je je vrienden vaak? Welke activiteiten doe je graag samen?)
  3. ¿Prefieres ir a fiestas o hacer una noche de juegos de mesa juntos? (Heb je liever feestjes of een bordspelavond samen?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Veo a mis amigos cada semana. Normalmente nos reunimos para tomar un café y charlar.

Ik zie mijn vrienden elke week. Meestal ontmoeten we elkaar voor koffie en praten we.

Sólo veo a mis amigos una o dos veces al mes. Luego, normalmente cenamos y jugamos juntos.

Ik zie mijn vrienden maar één of twee keer per maand. Dan gaan we meestal uit eten en spelen we samen spelletjes.

Prefiero salir cuando veo a mis amigos.

Ik ga liever uit als ik mijn vrienden zie.

Me encanta jugar a juegos de mesa, así que siempre que veo a mis amigos jugamos al parchís juntos.

Ik hou van het spelen van bordspellen, dus wanneer ik mijn vrienden zie, spelen we samen ludo.

Con mi amigo Juán siempre juego al ajedrez.

Met mijn vriend Juán speel ik altijd schaak.

El año pasado fui de viaje a Innsbruck con dos de mis amigos. Fuimos de senderismo y visitamos la ciudad. ¡El tiempo fue maravilloso!

Vorig jaar ging ik met twee van mijn vrienden op reis naar Innsbruck. We gingen wandelen en bezochten de stad. Het weer was geweldig!

...