Estas expresiones indican si una acción en el pasado fue habitual o puntual.
(Deze uitdrukkingen geven aan of een handeling in het verleden gewoonlijk/regelmatig was of eenmalig/afgebakend.)
| Expresión (Uitdrukking) | Tipo de pasado (Soort verleden tijd) | Ejemplo (Voorbeeld) |
|---|---|---|
| Ayer (Gisteren) | Indefinido | Ayer visité la academia por primera vez. (Gisteren bezocht ik de academie voor de eerste keer.) |
| Muchas veces (Vaak) | Imperfecto | Muchas veces leía en la biblioteca por la tarde. (Vaak las ik ’s middags in de bibliotheek.) |
| De repente (Plotseling) | Indefinido | De repente cerró la puerta del aula. (Plotseling sloot hij/zij de deur van het klaslokaal.) |
| Durante (Tijdens) | Imperfecto | Estudiaba durante toda la mañana para el examen. (Ik studeerde de hele ochtend voor het examen.) |
| El mes pasado (Vorige maand) | Indefinido | El mes pasado empecé un nuevo curso de máster. (Vorige maand begon ik aan een nieuwe mastercursus.) |
| Al principio (In het begin) | Indefinido | Al principio entró sin decir nada. (In het begin kwam hij/zij binnen zonder iets te zeggen.) |
| Al final (Uiteindelijk) | Indefinido | Al final presentó su proyecto al grupo. (Uiteindelijk presenteerde hij/zij zijn/haar project aan de groep.) |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. _____ pagué la matrícula del máster en la academia y guardé el recibo.
_____ betaalde ik het inschrijfgeld voor de masteropleiding bij de academie en bewaarde ik het betalingsbewijs.2. _____ estudiaba en la biblioteca después del curso para preparar los exámenes.
_____ studeerde ik na de cursus in de bibliotheek om me voor te bereiden op de examens.3. _____ se acabaron mis ahorros y tuve que buscar prácticas para ganar experiencia.
_____ waren mijn spaargelden op en moest ik op zoek naar stages om ervaring op te doen.4. _____ empecé un nuevo curso y conocí a otros becarios.
_____ begon ik aan een nieuwe cursus en leerde ik andere stagiairs kennen.Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf elke zin met de aangegeven tijdsaanduiding (gisteren, heel vaak, plotseling, tijdens, vorige maand, eerder, in het begin, aan het einde) en zet het werkwoord in de juiste verleden tijd (onvoltooid verleden tijd of voltooid verleden tijd).
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldAyer visité la academia por primera vez.(Gisteren bezocht ik de academie voor het eerst.)
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldMuchas veces leía en la biblioteca por la tarde.(Vaak las ik ’s middags in de bibliotheek.)
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDe repente cerró la puerta del aula.(Plotseling sloot ik de deur van het klaslokaal.)
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDurante toda la mañana estudiaba para el examen.(Gedurende de hele ochtend studeerde ik voor het examen.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Spreek twee minuten en vergelijk jullie studies met behulp van verleden tijd-uitdrukkingen.
- ¿Qué hiciste ayer o el mes pasado para tu título de grado o máster? (Wat heb je gisteren of vorige maand gedaan voor je bachelor- of masterdiploma?)
- Muchas veces, ¿qué hacías durante el curso para aprobar? ¿Dónde estudiabas: academia o casa? ¿Qué habilidad desarrollabas? (Wat deed je vaak tijdens het studiejaar om te slagen? Waar studeerde je: op de academie of thuis? Welke vaardigheid ontwikkelde je?)
- pagar la matrícula (het inschrijvingsgeld betalen)
- hacer prácticas / ser becario (stage lopen / stagiair zijn)
- ganar experiencia / desarrollar habilidades (ervaring opdoen / vaardigheden ontwikkelen)
- ayer, el mes pasado (indefinido) (gisteren, vorige maand (voltooid verleden tijd))
- muchas veces, durante, anteriormente (imperfecto) (vaak, tijdens, vroeger (onvoltooid verleden tijd))
- de repente, al principio, al final (indefinido) (plotseling, in het begin, aan het einde (voltooid verleden tijd))