Leer los pronombres de objeto directo "lo", "la", "los" y "las" para reemplazar sustantivos como "el recepcionista", "la llave", "los servicios" y "las llaves" y evitar repeticiones en frases prácticas del entorno hotelero.
- Lijdend voornaamwoorden moeten overeenkomen in geslacht en aantal met het zelfstandig naamwoord dat ze vervangen.
- Ze worden meestal vóór het werkwoord geplaatst.
Pronombres (Voornaamwoorden) | Ejemplo (Voorbeeld) |
---|---|
Lo | ¿Has visto el recepcionista?¿Lo has visto? (¿Heb je het gezien?) |
Hemos reportado el problemaLo hemos reportado. (Lo hebben wij gemeld.) | |
La | Ella ha entregado la llave en recepciónElla la ha entregado en recepción. (Zij heeft la bij de receptie afgeleverd.) |
Veo la recepción desde aquíLa veo desde aquí. (Ik zie het vanaf hier.) | |
Los | He solicitado los servicios extraLos he solicitado. (Ze heb ik aangevraagd.) |
Las | El cliente ha pedido las llavesEl cliente las ha pedido. (De klant heeft ze besteld.) |
Oefening 1: Los pronombres de objeto directo: "Lo", "La", "Los", "Las"
Instructie: Vul het juiste woord in.
los, las, lo, la
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Selecteer de juiste zin die correct het lijdend voorwerp gebruikt (lo, la, los, las) in de context van het hotel.