El uso de Lo + adjetivo se usa para expresar una cualidad de algo.

(Het gebruik van Lo + bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt om een eigenschap van iets uit te drukken.)

Wat doet lo + adjetivo eigenlijk?

  • Met lo + bijvoeglijk naamwoord maak je van een eigenschap een algemeen idee / ding.
  • In het Nederlands zeg je vaak: “het goede, het slechte, het moeilijke, het leuke”.

Voorbeelden:

  • Lo bueno de este hotel es el desayuno. → Het goede aan dit hotel is het ontbijt.
  • Lo malo de esta ciudad es el tráfico. → Het slechte aan deze stad is het verkeer.

Belangrijkste regel: vorm van het bijvoeglijk naamwoord

  • Na lo staat het bijvoeglijk naamwoord altijd in mannelijk enkelvoud.
  • Het maakt niet uit of het over mannen, vrouwen of meervoud gaat.
Goed Fout Waarom?
Lo bueno de la embajada… Lo buena de la embajada… Geen vrouwelijk vorm na lo.
Lo difícil es… Lo difíciles es… Geen meervoud na lo.
Lo triste es… Lo tristes es… Altijd enkelvoud.

Onthouden: denk in het Nederlands aan “het + bijvoeglijk naamwoord”:

  • het goede → lo bueno
  • het slechte → lo malo
  • het moeilijke → lo difícil
  • het verdrietige → lo triste

Typische zinsstructuren met lo + adjetivo

  1. lo + adjetivo + es que + oración

    • Gebruik je vaak om een situatie te samenvatten.
    • Voorbeeld: Lo malo es que no tengo dinero. → Het slechte is dat ik geen geld heb.
    • Voorbeeld: Lo bueno es que ya tenemos los billetes. → Het goede is dat we de tickets al hebben.
  2. lo + adjetivo + de + sustantivo

    • Gebruik je om een eigenschap van iets of iemand te benadrukken.
    • Voorbeeld: Lo bueno de este hotel es la ubicación. → Het goede aan dit hotel is de locatie.
    • Voorbeeld: Lo interesante de este curso es la práctica. → Het interessante aan deze cursus is de praktijk.

Waarvoor gebruik je het? (functie)

  • Samenvatten van een situatie:
    • Lo bueno es que aprendemos mucho. → Het goede is dat we veel leren.
  • Een mening geven:
    • Lo malo de este trabajo es el horario. → Het slechte aan dit werk is de werktijd.
  • Emotie uitdrukken:
    • Lo triste es que no puedo viajar. → Het verdrietige is dat ik niet kan reizen.
  • Een interessant aspect benadrukken:
    • Lo divertido de viajar es conocer gente. → Het leuke aan reizen is mensen leren kennen.

Stap-voor-stap: zo bouw je de zin

  1. Kies je “etiket” (positief, negatief, emotie, etc.).

    • positief: lo bueno, lo interesante, lo útil
    • negatief: lo malo, lo difícil, lo peor
    • emotie: lo triste, lo divertido
  2. Beslis welk type zin je wilt:

    • Algemene opmerking: Lo bueno es que...
    • Specifiek over iets: Lo bueno de este hotel es...
  3. Vul de uitleg in (met que of met een zelfstandig naamwoord):

    • Lo malo es que la comisaría está lejos.
    • Lo útil del seguro es el servicio 24 horas.

Zelfcheck: werkwoord en woordvolgorde

  • Na lo + adjetivo gebruik je meestal ser in het enkelvoud: es.
Goed Fout Let op
Lo importante es que tienes tu pasaporte. Lo importante están que tienes tu pasaporte. es, niet están.
Lo difícil es explicar la situación. Lo difícil son explicar la situación. Altijd enkelvoud.

Snelle controle vóór je verder leest:

  • Heb ik lo + mannelijk enkelvoud gebruikt? (lo bueno, lo malo, lo útil...)
  • Gebruik ik es en niet son?
  • Schrijf ik daarna que + zin of de + zelfstandig naamwoord?

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Geslacht laten meegaan met het zelfstandig naamwoord
    • La buena de la ciudad es...Lo bueno de la ciudad es...
    • Denk: niet de goede, maar het goede.
  • Meervoud gebruiken
    • Lo malos de las vacacionesLo malo de las vacaciones
    • In het Spaans blijft het enkelvoud, ook als het Nederlands meervoud heeft.
  • Vergeten van de of que
    • Lo bueno este curso es...Lo bueno de este curso es...
    • Lo triste es no puedo viajar.Lo triste es que no puedo viajar.

Mini-oefening: kun jij het zelf al?

  1. Zet in het Spaans met lo + adjetivo (antwoord in je hoofd of op papier):

    • Het slechte aan deze stad is het verkeer.
    • Het goede is dat de mensen heel vriendelijk zijn.

    Controleer met de regels:

    • Gebruik ik lo malo / lo bueno?
    • Heb ik de of es que juist gebruikt?
  2. Vul aan (in gedachten):

    • Lo ______ de este trabajo es el horario. (goed of slecht?)
    • Lo ______ es que tengo poco tiempo. (verdrietig, moeilijk, leuk?)

Wat moet je vooral onthouden?

  • lo + mannelijk enkelvoud bijvoeglijk naamwoordhet + bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands.
  • Je gebruikt het om een aspect / kwaliteit van een situatie te benadrukken.
  • Typische patronen:
    • Lo bueno / malo / difícil / triste es que...
    • Lo bueno / malo / interesante de + zelfstandig naamwoord + es...
  • Werkwoord in het enkelvoud: es.

Als je deze punten kunt afvinken, ben je klaar om lo bueno, lo malo, lo divertido... actief te gebruiken in gesprekken.

  1. Het bijvoeglijk naamwoord staat meestal in zijn normale vorm en verandert niet met Lo.
  2. Het dient om iets specifieks te benadrukken.
  3. Het kan worden gebruikt met zowel positieve als negatieve eigenschappen.
Lo + Adjetivo (Lo + bijvoeglijk naamwoord)Uso (Gebruik)Ejemplo (Voorbeeld)
Lo maloHablar de algo importante (Over iets belangrijks praten)Lo malo de esta ciudad es que la comisaría de policía está lejos.  (Het slechte aan deze stad is dat het politiebureau ver weg is.)
Lo buenoDar una opinión (Een mening geven)Lo bueno de este hotel es que tienes todo incluido en el precio. (Het goede aan dit hotel is dat je all‑inclusive in de prijs hebt.)
Lo tristeHablar de tus emociones (Over je gevoelens praten)Lo triste es que no puedes disfrutar de las vacaciones por la tormenta. (Het trieste is dat je door de storm niet van de vakantie kunt genieten.)
Lo divertidoHablar de algo interesante (Over iets interessants praten)Lo divertido de las vacaciones es encontrar actividades divertidas a pesar de todo. (Het leuke aan de vakantie is om ondanks alles leuke activiteiten te vinden.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. ___ de perder el pasaporte es que no puedo volver al hotel sin ir antes a la embajada.

___ aan het verliezen van je paspoort is dat ik niet naar het hotel kan teruggaan zonder eerst naar de ambassade te gaan.)

2. ___ de denunciar el robo hoy es que todavía recuerdas bien la dirección del hotel.

___ van het melden van de diefstal vandaag is dat je je nog goed het adres van het hotel herinnert.)

3. ___ de esta situación es que he gastado mucho dinero en el viaje y ahora no puedo disfrutarlo.

___ aan deze situatie is dat ik veel geld aan de reis heb uitgegeven en er nu niet van kan genieten.)

4. ___ de mirar el mapa es que descubres lugares nuevos mientras buscas la comisaría de policía.

___ aan het kijken naar de kaart is dat je nieuwe plekken ontdekt terwijl je het politiebureau zoekt.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met 'Lo' + bijvoeglijk naamwoord om een eigenschap van iets uit te drukken. Bekijk de opties en selecteer degene die volgens de regels voor het gebruik van 'Lo' correct is opgebouwd.

1.
Onjuist: het werkwoord en het bijvoeglijk naamwoord moeten overeenkomen met de onpersoonlijke structuur van 'Lo'; hier is 'están' fout.
Onjuist: het bijvoeglijk naamwoord mag niet in meervoud staan na 'Lo', het wordt altijd in enkelvoud gebruikt.
2.
Onjuist: het bijvoeglijk naamwoord verandert niet van geslacht na 'Lo'; het blijft altijd mannelijk enkelvoud.
Onjuist: het bijvoeglijk naamwoord mag niet in meervoud staan na 'Lo'.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de structuur «lo + bijvoeglijk naamwoord» om de belangrijkste eigenschap van de situatie te benadrukken. (Voorbeeld: Este piso es caro. => Lo malo de este piso es el precio)

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Lo malo de) Esta ciudad es muy cara porque el transporte y los alquileres son altos.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Lo malo de esta ciudad es que el transporte y los alquileres son muy caros.
    (Lo malo van deze stad is dat het vervoer en de huren heel duur zijn.)
  2. Hint Hint (Lo bueno de) En mi empresa hay muy buen ambiente y los compañeros son muy amables.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Lo bueno de mi empresa es que hay buen ambiente y los compañeros son amables.
    (Lo goede van mijn bedrijf is dat er een prettige sfeer is en de collega’s erg vriendelijk zijn.)
  3. Hint Hint (Lo divertido de) En este curso en línea hay muchos ejercicios interesantes y aprendo mucho vocabulario nuevo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Lo divertido de este curso en línea es que tiene muchos ejercicios interesantes y aprendo vocabulario nuevo.
    (Lo leuke van deze onlinecursus is dat er veel interessante oefeningen zijn en ik veel nieuwe woordenschat leer.)
  4. Hint Hint (Lo triste es que) No puedo visitar a mi familia este verano y me siento muy solo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Lo triste es que no puedo visitar a mi familia este verano y me siento solo.
    (Lo triste is dat ik deze zomer mijn familie niet kan bezoeken en me erg alleen voel.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel je ervaring aan je klasgenoot en bepaal samen wat goed en wat slecht was.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Has tenido unas vacaciones desastrosas en España por varios problemas prácticos.
(Je hebt een desastreuze vakantie in Spanje gehad door verschillende praktische problemen.)

Bespreek
  • ¿Qué fue lo peor de tus vacaciones? Describe qué pasó. (Wat was het ergste aan je vakantie? Beschrijf wat er gebeurde.)
  • ¿Qué fue lo bueno de esta experiencia tan mala? ¿Por qué? (lo bueno) = aspecto positivo que encontraste en la situación, aunque fuera pequeño.) (Wat was het goede aan deze zo slechte ervaring? Waarom? (het goede) = een positief aspect dat je in de situatie vond, ook al was het klein.))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Lo bueno fue que la embajada me ayudó. (Het goede was dat de ambassade me hielp.)
  • Lo malo es que la comisaría estaba muy lejos. (Het slechte was dat het politiebureau erg ver weg was.)
  • Lo útil del seguro de viaje fue que me devolvieron parte del gasto. (Het handige van de reisverzekering was dat ze een deel van de kosten terugbetaalden.)

Gebruik in gesprek
  • lo bueno es que... (het goede is dat...)
  • lo malo es que... (het slechte is dat...)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage