“Por qué”, “porque”"por qué" y "por que" significan lo mismo, pero se utilizan en contextos diferentes.

(“Por qué”, “porque”"por qué" en "por que" betekenen hetzelfde, maar worden in verschillende contexten gebruikt.)

Kies snel de juiste vorm: vraag of verklaring?

  • Vraag je naar een reden? → gebruik por qué (met spatie + accent).
  • Geef je een reden/verklaring? → gebruik porque (aan elkaar, geen accent).

Mini-check: Kun je in het Nederlands vervangen door “waarom?”por qué. Kun je vervangen door “omdat”porque.

Por qué (met accent) = “waarom?” (direct & indirect)

  • Directe vraag: met ¿ ?
    • ¿Por qué está cerrado el museo?
  • Indirecte vraag: géén vraagtekens, maar het blijft een “waarom-vraag” in de zin.
    • No entiendo por qué el metro no funciona.
    • ¿Sabes por qué hay tanta gente?

Let op: in een indirecte vraag staat er vaak een werkwoord zoals no sé, no entiendo, quiero saber, me pregunto.

Porque (zonder accent) = “omdat” (reden/oorzaak)

  • El museo está cerrado porque es lunes.
  • Cogemos un taxi porque el metro no funciona.

Praktische tip: porque verbindt twee delen: situatie + reden.

Porqué (zelfstandig naamwoord) = “de reden”

  • Gebruik el porqué als je het woord “de reden” bedoelt (zoals een “ding”).
  • Vaak met lidwoord: el porqué.
  • Queremos saber el porqué de la cancelación.

Zelftest: Kun je er in het Nederlands “de reden (van)” van maken? → dan is porqué logisch.

Por el/la/los/las que = “de reden waarom / waardoor”

  • Dit gebruik je als je verwijst naar een zelfstandig naamwoord (een plek/zaak/persoon) en je zegt: “de reden waarom…”
Structuur Wanneer? Voorbeeld
por el que bij el lugar / el motivo El mercado es el lugar por el que muchos turistas visitan la ciudad.
por la que bij la razón / la calle Esta es la razón por la que salimos temprano.
por los que meervoud, los Estos son los motivos por los que no vamos.
por las que meervoud, las Estas son las razones por las que cambiamos el plan.

Let op: hier is que een betrekkelijk voornaamwoord (“die/dat”), niet een vraagwoord.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze meteen herkent)

  • Vraag + omdat (fout): ¿Porque no vienes?¿Por qué no vienes?
  • Verklaring + waarom (fout): No voy por qué estoy cansado.No voy porque estoy cansado.
  • Indirecte vraag met vraagtekens (meestal fout): No sé ¿por qué viene?No sé por qué viene.

Stappenplan tijdens het spreken (A2-proof)

  1. Wil je informatie? → maak een vraag met ¿Por qué…?
  2. Wil je uitleg geven? → antwoord met Porque…
  3. Wil je het formeler/zakelijker: “de reden” benoemen? → el porqué
  4. Verwijs je naar een zelfstandig naamwoord (“de reden waarom”)? → por el/la/los/las que

Snelle controle in je hoofd: waarom? = por qué | omdat = porque

  1. “¿Por qué?” wordt gebruikt om een vraag te stellen (direct of indirect) en heeft een accent.
  2. “Porque” wordt gebruikt om een reden te geven of om een vraag te beantwoorden en heeft geen accent.
  3. “Porqué” is de reden; “por la que” legt de reden uit.
Por qué/ Porque (Por qué/ Porque)Uso (Gebruik)Ejemplo (Voorbeeld)
¿Por qué? (Waarom?)Pregunta directa (Directe vraag)¿Por qué está cerrado el museo nacional? (Waarom is het nationaal museum gesloten?)
Por qué (waarom)Pregunta indirecta (Indirecte vraag)No sabemos por qué el metro no funciona. (We weten niet waarom de metro niet werkt.)
Porque (omdat)RespuestaEl museo está cerrado porque es lunes. (Het museum is gesloten omdat het maandag is.)
Porque (omdat)CausaCogemos un taxi porque el metro no funciona. (We nemen een taxi omdat de metro niet werkt.)
Porqué (de reden)La razón (De reden)Queremos saber el porqué de la cancelación del paseo guiado. (We willen de reden weten van de annulering van de rondleiding.)
Por (lo, los, la, las) que (waarvoor / waardoor)La razón por la que… (De reden waarom...)El mercado es el lugar por el que muchos turistas visitan la ciudad. (De markt is de plek waarvoor veel toeristen de stad bezoeken.)

 

Uitzonderingen!

  1. "Porque" is een causale voegwoord, zonder accent en zonder spatie.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. ¿___ el plano del metro no está en inglés en la oficina de turismo?

___ el plano del metro no está en inglés en la oficina de turismo?)

2. El museo nacional está cerrado hoy ___ es lunes.

El museo nacional está cerrado hoy ___ es lunes.)

3. No entiendo ___ este paseo guiado es tan caro.

No entiendo ___ este paseo guiado es tan caro.)

4. Hacemos una parada en la plaza mayor ___ muchos turistas quieren hacer fotos y mandar postales.

Hacemos una parada en la plaza mayor ___ muchos turistas quieren hacer fotos y mandar postales.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies in elke groep de juiste zin volgens het gebruik van "por qué" en "porque" om de reden of oorzaak correct uit te drukken, binnen de context van een toerist in de stad.

1.
Onjuist gebruik van 'Porque' in een directe vraag; het moet '1Por qué?' zijn met accent en vraagtekens.
Het ontbreekt aan het openingsvraagteken om het een correct geschreven directe vraag te maken.
2.
Onjuist gebruik van vraagteken bij een indirecte vraag; er mogen geen vraagtekens staan.
'Porque' aan elkaar wordt gebruikt voor antwoorden of verklaringen, hier onjuist in een indirecte vraag.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Vind de vraag of het antwoord en herschrijf elke zin door correct “Waarom?” of “omdat” te gebruiken, zoals in het voorbeeld: Ik ben moe. → Waarom ben je moe? / Ik ben moe omdat ik veel werk.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (¿Por qué? / Porque) Trabajo hasta tarde. Quiero terminar el informe hoy.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    ¿Por qué trabajas hasta tarde? Porque quieres terminar el informe hoy.
    (¿Por qué trabajas hasta tarde? Porque quieres terminar el informe hoy.)
  2. Hint Hint (porque) No cojo el coche. Hay mucho tráfico en el centro.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    No cojo el coche porque hay mucho tráfico en el centro.
    (No cojo el coche porque hay mucho tráfico en el centro.)
  3. Hint Hint (¿Por qué? / porque) ¿___ no vienes a la reunión? No vengo, estoy enfermo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    ¿Por qué no vienes a la reunión? No vengo porque estoy enfermo.
    (¿Por qué no vienes a la reunión? No vengo porque estoy enfermo.)
  4. Hint Hint (por qué) No entiendo esta factura. Tiene muchos números y detalles.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    No entiendo por qué esta factura tiene tantos números y detalles.
    (No entiendo por qué esta factura tiene tantos números y detalles.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: In tweetallen: vraag en antwoord over jullie toeristische plannen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Sois turistas en una ciudad nueva y organizáis un paseo guiado por el centro histórico.
(Jullie zijn toeristen in een nieuwe stad en organiseren een rondleiding door het historische centrum.)

Bespreek
  • Pregunta a tu compañero: ¿Por qué quieres ver este monumento o museo? (Vraag je partner: waarom wil je dit monument of museum zien?)
  • Explica por qué prefieres ir a la plaza mayor o coger un taxi, dando dos razones sencillas. (Leg uit waarom je liever naar de grote markt gaat of een taxi neemt en geef twee eenvoudige redenen.)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • ver una exposición porque interesa la historia (een tentoonstelling bekijken omdat je geïnteresseerd bent in geschiedenis)
  • ir a la plaza mayor porque está cerca (naar de grote markt gaan omdat het dichtbij is)
  • consultar un mapa porque no conocemos la calle peatonal (een kaart raadplegen omdat we de voetgangersstraat niet kennen)

Gebruik in gesprek
  • ¿Por qué + verbo? (Waarom + werkwoord?)
  • No sé por qué + verbo (Ik weet niet waarom + werkwoord)
  • ... porque + motivo (... omdat + reden)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage