Koffers om met het vliegtuig te reizen
Koffers om met het vliegtuig te reizen

Koffers om met het vliegtuig te reizen

Las maletas para viajar en avión


¿Cuáles son las maletas para viajar en avión?
Welke koffers zijn geschikt om met het vliegtuig te reizen?

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
El equipaje De bagage
La cabina De cabine
El avión Het vliegtuig
El equipaje de mano De handbagage
El accesorio personal Het persoonlijke item
El bolso De tas
La mochila De rugzak
La maleta De koffer
El equipaje de cabina De cabinebagage
La primera clase De eerste klas
Las cremas De crèmes
Los líquidos De vloeistoffen
El equipaje facturado De ingecheckte bagage
Hay dos tipos de equipaje para viajar en avión: el que facturas y va en la bodega, y el que llevas contigo en la cabina. (Er zijn twee soorten bagage als je met het vliegtuig reist: bagage die je incheckt en die in het ruim gaat, en bagage die je bij je houdt in de cabine.)
El equipaje que llevas en la cabina se llama equipaje de mano y tiene unas medidas y un peso máximos. (De bagage die je in de cabine meeneemt heet handbagage en heeft maximale afmetingen en een maximaal gewicht.)
Puedes encontrarte con tres situaciones diferentes al viajar. (Tijdens het reizen kun je drie verschillende situaties tegenkomen.)
La primera es que solo te dejen llevar un bolso o una mochila con medidas máximas de cuarenta por treinta por quince centímetros. (De eerste is dat je alleen een tas of een rugzak mag meenemen met maximale afmetingen van veertig bij dertig bij vijftien centimeter.)
La segunda es que te dejen llevar solo una maleta pequeña con medidas máximas de cincuenta y cinco por cuarenta y cinco por veinticinco centímetros. (De tweede is dat je alleen een kleine koffer mag meenemen met maximale afmetingen van vijfenvijftig bij vijfenveertig bij vijfentwintig centimeter.)
La tercera es que te dejen llevar un bolso y una maleta pequeña juntos. (De derde is dat je een tas en een kleine koffer samen mag meenemen.)
El equipaje de mano no debe pesar más de siete o diez kilos, según la aerolínea y la clase de viaje. (Handbagage mag niet meer wegen dan zeven of tien kilo, afhankelijk van de luchtvaartmaatschappij en de reisklasse.)
Cuando estás en el avión, debes guardar el bolso debajo del asiento y la maleta pequeña en el compartimento de arriba. (Als je in het vliegtuig zit, moet je de tas onder de stoel opbergen en de kleine koffer in het bagagevak boven je.)
Recuerda que no está permitido llevar objetos peligrosos ni líquidos que superen los cien mililitros. (Onthoud dat het niet is toegestaan om gevaarlijke voorwerpen mee te nemen, en ook geen vloeistoffen van meer dan honderd milliliter.)
Las maletas facturadas pueden romperse; por eso no debes poner objetos frágiles dentro de ellas. (Ingecheckte koffers kunnen beschadigd raken; daarom moet je er geen breekbare voorwerpen in doen.)

1. ¿Cuáles son los dos tipos de equipaje para viajar en avión?

(Welke twee soorten bagage zijn er om met het vliegtuig te reizen?)

2. En una de las situaciones, ¿qué puedes llevar con medidas máximas de cuarenta por treinta por quince centímetros?

(In één van de situaties: wat mag je meenemen met maximale afmetingen van veertig bij dertig bij vijftien centimeter?)

3. ¿Dónde debes guardar la maleta pequeña cuando estás en el avión?

(Waar moet je de kleine koffer opbergen wanneer je in het vliegtuig bent?)

4. ¿Qué no está permitido llevar si supera los cien mililitros?

(Wat mag je niet meenemen als het meer dan honderd milliliter is?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Víctor y Marina viajan a Barcelona por trabajo y hablan sobre el equipaje

Víctor en Marina reizen voor hun werk naar Barcelona en praten over de bagage
1. Víctor: ¿Está lista la presentación para mañana? (Is de presentatie voor morgen klaar?)
2. Marina: Sí, acabo de terminarla. Te la voy a enviar ahora, para que tú también tengas una copia. (Ja, ik ben er net mee klaar. Ik stuur hem je nu, zodat jij ook een kopie hebt.)
3. Víctor: Perfecto, Marina, gracias. La reviso esta tarde. La empresa nos ha comprado billetes en clase económica. (Perfect, Marina, dank je. Ik kijk hem vanmiddag na. Het bedrijf heeft voor ons tickets in economy class gekocht.)
4. Marina: ¿Viajamos solo con equipaje de mano? (Reizen we alleen met handbagage?)
5. Víctor: Sí, nos quedamos solo dos noches en Barcelona. (Ja, we blijven maar twee nachten in Barcelona.)
6. Marina: Entonces llevaré la maleta pequeña y un bolso. Hace buen tiempo allí, llévate ropa ligera. (Dan neem ik een kleine koffer en een tas mee. Het is daar mooi weer, neem luchtige kleren mee.)
7. Víctor: Yo prefiero llevar la mochila. ¡Ah! Quizás también llevemos un bañador, por si acaso. (Ik neem liever een rugzak mee. Ah! Misschien nemen we ook een zwembroek mee, voor de zekerheid.)
8. Marina: Claro. Tendremos media jornada libre después de hablar con los clientes. Tenemos tiempo para dar una vuelta. (Natuurlijk. We hebben een halve dag vrij nadat we met de klanten hebben gesproken. We hebben tijd om even rond te lopen.)

1. ¿Cuándo le envía Marina la presentación a Víctor?

(Wanneer stuurt Marina de presentatie naar Víctor?)

2. ¿Qué equipaje decide llevar Marina para el viaje?

(Welke bagage besluit Marina mee te nemen voor de reis?)