Een dringend project
Een dringend project

Een dringend project

Un proyecto urgente


¿A qué se dedica un líder? César Piqueras explica cómo ser lideres y delegar tareas en un equipo.
Waar houdt een leider zich mee bezig? César Piqueras legt uit hoe je leiders bent en taken delegeert binnen een team.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Resolver problemas Problemen oplossen
Urgencias a resolver Dringende zaken
Desarrollar a mi equipo Mijn team ontwikkelen
Marcar objetivos Doelen stellen
La estrategia De strategie
Delegar trabajo Werk delegeren
Las responsabilidades De verantwoordelijkheden
Es interesantísimo cada vez que delegamos, porque pasamos de apagar fuegos a ser directores de orquesta. (Het is ontzettend interessant elke keer dat we delegeren, omdat we dan van brandjes blussen naar dirigenten worden.)
El director de orquesta no hace ningún sonido; consigue que los demás se sientan poderosos y motivados. (Een dirigent maakt zelf geen enkel geluid; hij zorgt ervoor dat anderen zich krachtig en gemotiveerd voelen.)
Cuando no delegamos, ponemos en peligro el futuro porque nos centramos solo en el ahora. (Als we niet delegeren, brengen we de toekomst in gevaar, omdat we ons alleen op het nu richten.)
Si estoy mucho en el presente, me pierdo el mañana y ese futuro me pillará despistado. (Als ik te veel in het heden leef, mis ik morgen en zal die toekomst me overvallen.)
Debemos desarrollar a los demás: corregir, felicitar, marcar objetivos, hablar de desarrollo. (We moeten anderen ontwikkelen: corrigeren, complimenteren, doelen stellen, praten over ontwikkeling.)
Ahí ya no apagamos fuegos; trabajamos para el mañana. (Dan blussen we geen brandjes meer; we werken voor morgen.)
Tampoco es habitual pensar, pero pensar también es trabajar para el mañana. (Denken is ook niet echt gebruikelijk, maar denken is óók werken voor morgen.)
Formarte, ir a una feria o pasear para reflexionar sobre la estrategia también es necesario. (Je bijscholen, naar een beurs gaan of een wandeling maken om over de strategie na te denken is ook nodig.)
No está de moda pensar: si te ven, dirán "¿qué haces pensando?". (Denken is niet in de mode: als ze je zien, zeggen ze: "Wat ben jij aan het doen, denken?")
Tenemos que ser excelentes delegando, no apagando fuegos; el equipo consigue los resultados y no delegamos tareas, delegamos responsabilidades. (We moeten uitblinken in delegeren, niet in brandjes blussen; het team behaalt de resultaten en we delegeren geen taken, maar verantwoordelijkheden.)

1. ¿Qué cambia cuando una persona delega bien en su equipo?

(Wat verandert er wanneer iemand goed delegeert in zijn team?)

2. ¿Qué ocurre si una persona no delega en el trabajo?

(Wat gebeurt er als iemand niet delegeert op het werk?)

3. ¿Qué acciones ayudan a desarrollar a los demás en un equipo?

(Welke acties helpen om anderen in een team te ontwikkelen?)

4. ¿Qué se delega en un equipo para conseguir resultados?

(Wat wordt er in een team gedelegeerd om resultaten te behalen?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Juan y Sofía organizan un proyecto urgente en la oficina y reparten responsabilidades

Juan en Sofía organiseren een urgent project op kantoor en verdelen de verantwoordelijkheden
1. Juan: Quería comentarte que tenemos un proyecto muy importante para mañana. (Ik wilde je laten weten dat we voor morgen een heel belangrijk project hebben.)
2. Sofía: Sí, lo sé. Tenemos que actuar de inmediato. (Ja, dat weet ik. We moeten meteen in actie komen.)
3. Juan: Perfecto. Mira, ¿tú podrías coordinar al equipo de diseño? Así podemos dividir el trabajo. (Perfect. Zou jij het ontwerpteam kunnen coördineren? Dan kunnen we het werk verdelen.)
4. Sofía: De acuerdo, pero necesito que me mantengas informada de todo lo que se decida. (Akkoord, maar ik wil wel dat je me op de hoogte houdt van alles wat er besloten wordt.)
5. Juan: Claro. También deberías revisar la agenda y asegurarte de que todo esté actualizado. (Natuurlijk. Je moet ook de agenda nakijken en ervoor zorgen dat alles up-to-date is.)
6. Sofía: Bien. ¿Y quién se va a encargar de completar las presentaciones? (Goed. En wie gaat de presentaties afmaken?)
7. Juan: Luis se ocupará de esa tarea; ya lo he hablado con él. (Luis neemt die taak op zich; ik heb het al met hem besproken.)
8. Sofía: Estupendo. Solo quiero evitar cualquier retraso innecesario. (Geweldig. Ik wil alleen onnodige vertraging voorkomen.)
9. Juan: No te preocupes. Si algo queda pendiente, me encargaré personalmente. (Maak je geen zorgen. Als er iets blijft liggen, pak ik het persoonlijk op.)
10. Sofía: Perfecto. Además, no olvides enviar la notificación al equipo con los últimos cambios. (Perfect. Vergeet ook niet de melding naar het team te sturen met de laatste wijzigingen.)
11. Juan: Sí, ya lo he hecho. El informe estará listo antes de la reunión. (Ja, dat heb ik al gedaan. Het verslag is klaar vóór de vergadering.)
12. Sofía: Excelente. Recuerda que la fecha límite es mañana a las diez. (Uitstekend. Denk eraan dat de deadline morgen om tien uur is.)
13. Juan: No hay problema. Todo estará realizado a tiempo. (Geen probleem. Alles is op tijd klaar.)
14. Sofía: Muy bien. Entonces seguimos adelante con el plan. (Heel goed. Dan gaan we verder met het plan.)

1. ¿Qué responsabilidad acepta Sofía en el proyecto?

(Welke verantwoordelijkheid neemt Sofía op zich in het project?)

2. ¿Cuál es la fecha límite del proyecto?

(Wat is de deadline van het project?)