De werkwoordstijden (samenvatting)

Los tiempos del pasado (resumen)


En español, los pasados se dividen en tres tiempos: el pretérito imperfecto, el pretérito indefinido y el pretérito perfecto, utilizados para expresar acciones pasadas con diferentes detalles.

(In het Spaans worden de verleden tijden verdeeld in drie tijden: de pretérito imperfecto, de pretérito indefinido en de pretérito perfecto, die worden gebruikt om handelingen in het verleden uit te drukken met verschillende details.)

Kies de juiste verleden tijd: achtergrond, feit of ‘nog relevant’

In het Spaans heb je vaak drie opties om over het verleden te praten. Het verschil is vooral: hoe je de situatie bekijkt.

Vraag die je jezelf stelt Kies dan Typische signaalwoorden
Was het een gewoonte/achtergrond? (niet afgerond als ‘feit’) Pretérito imperfecto antes, siempre, a menudo, de niño/a, mientras…
Is het een afgerond feit in een afgesloten periode? Pretérito indefinido ayer, el año pasado, en 2010, la semana pasada…
Gebeurt het in een periode die nog loopt of heeft het effect op nu? Pretérito perfecto hoy, esta semana, este mes, ya, todavía no…

Imperfecto: de ‘achtergrond’ en gewoonten

  • Gebruik imperfecto voor situaties die je schetst: hoe iets was.
  • Ook voor herhaling in het verleden: “altijd”, “vaak”, “elke week”.

Voorbeelden (correct):

  • Cuando era joven, el presidente gobernaba con su ministro. (achtergrond)
  • Antes, nosotros vivíamos cerca del ayuntamiento y hablábamos de política en el bar. (gewoonte)
  • Mientras contaban los votos, el ministro hablaba. (twee acties ‘in verloop’)

Typische valkuil: imperfecto is meestal niet voor “één keer, klaar”.

En 2010, la princesa visitaba el parlamento. (2010 klinkt als een afgerond feit → indefinido)

Indefinido: afgeronde feiten (tijdvak is ‘dicht’)

  • Gebruik indefinido voor een afgeronde handeling in het verleden.
  • Vaak met een duidelijke, afgesloten tijd: “in 2010”, “gisteren”, “vorig jaar”.

Voorbeelden (correct):

  • En 2010, la princesa visitó el parlamento. (feit, afgerond)
  • Ayer, el alcalde firmó el documento y dio un discurso corto. (reeks feiten)
  • El año pasado perdió las elecciones. (afgerond resultaat)

Tip: indefinido voelt als een punt op de tijdlijn.

Perfecto: ‘in dezelfde periode als nu’ of relevant voor het heden

  • Gebruik pretérito perfecto als de periode nog niet voorbij is (vandaag/deze week).
  • Of als je de link met nu voelt: het nieuws is nog actueel, het resultaat telt nu.

Voorbeelden (correct):

  • Esta semana he votado en las elecciones del gobierno. (week loopt nog)
  • Hoy el ministro no ha llamado, pero esta tarde tengo una reunión con él. (vandaag loopt nog)

Let op (veelgemaakte fout): met een afgesloten jaar (bijv. “en 2020”) klinkt meestal indefinido natuurlijker.

En 2020, he votado por primera vez. → En 2020, voté por primera vez.

Snelle beslisroute (zelfcheck in 10 seconden)

  1. Schets/achtergrond/gewoonte?imperfecto
  2. Eén of meer afgeronde feiten in een afgesloten periode? → indefinido
  3. Periode loopt nog (hoy/esta semana) of relevant voor nu? → perfecto

Veelvoorkomende combinaties die ‘logisch’ klinken

Structuur Waarom Voorbeeld
Mientras + imperfecto + imperfecto Twee dingen tegelijk in verloop Mientras contaban los votos, el ministro hablaba.
Antes + imperfecto Gewoonte/situatie vroeger Antes el primer ministro gobernaba con mayoría.
Ayer / en 2010 + indefinido Afgesloten tijdvak → feit En 2010 la princesa visitó el parlamento.
Hoy / esta semana + perfecto Tijdvak loopt nog Esta semana he votado.

Wat moet je vooral onthouden?

  • Imperfecto = beschrijven (achtergrond, gewoonte, “was aan het…”).
  • Indefinido = feitenlijst (afgerond, “toen gebeurde dit”).
  • Perfecto = nog in dezelfde tijdsperiode als nu (hoy/esta semana) of met impact op nu.
Tiempo verbal (Werkwoordstijd)Regla (Regel)Ejemplo (Voorbeeld)
Pretérito imperfectoAcciones en progreso o habituales en el pasado (Handelingen die in het verleden aan de gang waren of die gewoontes waren)Cuando era joven, el presidente gobernaba con su ministro. (Toen ik jong was, regeerde de president met zijn minister.)
Pretérito indefinidoAcciones completadas en el pasado (Handelingen die in het verleden zijn afgerond)En 2010, la princesa visitó el parlamento. (In 2010 bezocht de prinses het parlement.)
Pretérito perfectoAcciones pasadas que afectan el presente (Handelingen in het verleden die invloed hebben op het heden)Esta semana, he votado en las elecciones del gobierno. (Deze week heb ik gestemd bij de verkiezingen van de regering.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Cuando vivía en Madrid, ____ siempre en las elecciones del barrio.

Toen ik in Madrid woonde, ____ ik altijd bij de wijkverkiezingen.

2. En 2010, la princesa ____ el parlamento y habló con el presidente.

In 2010 ____ de prinses het parlement en sprak ze met de president.

3. Esta semana, ____ por primera vez desde que vivo en España.

Deze week ____ ik voor het eerst sinds ik in Spanje woon.

4. Antes, el primer ministro ____ con mayoría, pero el año pasado perdió las elecciones.

Vroeger ____ de premier met een meerderheid, maar vorig jaar verloor hij de verkiezingen.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin.

1.
Met een afgesloten tijdsaanduiding zoals "En 2020" is het natuurlijker om de indefinido te gebruiken: "voté", en niet de pretérito perfecto.
"Votaba" (imperfecto) duidt op een gewoonte of een handeling die bezig was, niet op een eenmalige en afgeronde actie op een concrete datum.
2.
Het gebruik van "habló" (indefinido) suggereert een eenmalige en afgeronde actie, wat niet past als de bedoeling is om gelijktijdige handelingen die bezig waren te beschrijven.
"Contaron" (indefinido) presenteert het tellen als een eenmalige handeling; met "mientras" om een proces te beschrijven heeft de imperfecto de voorkeur: "contaban".

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin met de aangegeven tijdsvorm: onvoltooid verleden tijd (gewone of lopende handelingen in het verleden), voltooid verleden tijd (afgesloten handeling in het verleden) of voltooid tegenwoordige tijd (verleden handeling met relatie tot het heden).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Imperfecto) Cuando era joven, el presidente gobierna con su ministro.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Cuando era joven, el presidente gobernaba con su ministro.
    (Toen ik jong was, regeerde de president samen met zijn minister.)
  2. Hint Hint (Indefinido) En 2010, la princesa visita el parlamento.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    En 2010, la princesa visitó el parlamento.
    (In 2010 bezocht de prinses het parlement.)
  3. Hint Hint (Perfecto) Esta semana, voto en las elecciones del gobierno.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Esta semana, he votado en las elecciones del gobierno.
    (Deze week heb ik gestemd bij de regeringsverkiezingen.)
  4. Hint Hint (Imperfecto) Antes, nosotros vivimos cerca del ayuntamiento y hablamos de política en el bar.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Antes, vivíamos cerca del ayuntamiento y hablábamos de política en el bar.
    (Vroeger woonden we dicht bij het gemeentehuis en spraken we over politiek in de bar.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Spreek twee minuten en vergelijk het verleden met de huidige politieke situatie.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En tu trabajo, comentas con un colega las últimas elecciones y el gobierno.
(Op je werk bespreek je met een collega de laatste verkiezingen en de regering.)

Bespreek
  • ¿Cómo era la política en tu país hace una década? (Hoe was de politiek in jouw land tien jaar geleden?)
  • ¿Qué pasó en las últimas elecciones: quién ganó y qué decidió el parlamento? (2-3 hechos) (Wat gebeurde er bij de laatste verkiezingen: wie won er en wat besloot het parlement? (2–3 feiten))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Hace una década, el presidente gobernaba con su partido. (Tien jaar geleden regeerde de president met zijn partij.)
  • En 2023, el parlamento votó una ley importante. (In 2023 stemde het parlement over een belangrijke wet.)
  • Esta semana he votado y sigo las noticias de la Unión Europea. (Deze week heb ik gestemd en ik volg het nieuws van de Europese Unie.)

Gebruik in gesprek
  • pretérito imperfecto para describir situaciones y hábitos pasados (pretérito imperfecto om situaties en gewoonten uit het verleden te beschrijven)
  • pretérito indefinido para hechos terminados (pretérito indefinido voor afgeronde feiten)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage