Ejercicio: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. ¿Trabajas en remoto, presencial o ambos? (Werk je op afstand, op locatie of beide?)
  2. Da tu opinión sobre el trabajo remoto. (Geef je mening over werken op afstand.)
  3. ¿Prefieres las videollamadas o las reuniones presenciales? (Heeft u liever videogesprekken of vergaderingen in persoon?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Hago ambos. Trabajo desde casa dos días y voy a la oficina tres días.

Ik doe beide. Ik werk twee dagen vanuit huis en ga drie dagen naar kantoor.

Voy a la oficina. Trabajo en persona con mi equipo.

Ik ga naar het kantoor. Ik werk persoonlijk samen met mijn team.

En mi opinión, el trabajo remoto es mejor. Puedo estar más tiempo con mi familia.

Naar mijn mening is thuiswerken beter. Ik kan meer bij mijn familie zijn.

Creo que sí, el trabajo remoto es útil. Puedo trabajar en un lugar tranquilo.

Ik denk van wel, remote werken is nuttig. Ik kan op een rustige plek werken.

Las videollamadas son mejores para mí. Ahorro tiempo y no viajo.

Videogesprekken zijn beter voor mij. Ik bespaar tijd en hoef niet te reizen.

Prefiero las reuniones presenciales. Es más fácil hablar y entender.

Ik geef de voorkeur aan vergaderingen in persoon. Het is makkelijker om te spreken en te begrijpen.

...