De voorzetsels "Por" en "Para"

Las preposiciones "Por" y "Para"


"Por" y "para" pueden parecer similares, pero tienen significados y usos distintos.

("Por" en "para" kunnen op elkaar lijken, maar ze hebben verschillende betekenissen en gebruiken.)

Por vs. para: de kern in één zin

Por = het gaat om de reden, het middel of de duur.

Para = het gaat om het doel, de bestemming of de ontvanger.

Snelle beslis-check (3 vragen)

  1. Gaat het om waarom iets gebeurt (oorzaak/reden)? → por

  2. Gaat het om hoe/waardoor je iets doet (kanaal/middel)? → por

  3. Gaat het om waarvoor/waarheen/voor wie? → para

Visueel overzicht: wanneer gebruik je wat?

Betekenis Kies Handige NL-vraag Voorbeeld (Spaans)
Oorzaak / reden por Waarom? Waardoor? Cancelamos la excursión por el mal tiempo.
Middel / kanaal por Hoe? Via wat? Reservé el vuelo por Internet.
Duur (hoe lang) por Hoe lang? Nos quedamos en Valencia por tres días.
Doel / bedoeling para Waarvoor? Met welk doel? Llamé a la agencia para comprar un billete.
Ontvanger para Voor wie? Este correo es para mi jefe.
Richting / bestemming para Waarheen? El autobús sale para el aeropuerto a las ocho.

De klassieker: oorzaak (por) vs. doel (para)

  • Por = oorzaak/reden (kijk terug: wat verklaart het?)

    No fuimos a la playa por la lluvia. (reden: de regen)

  • Para = doel/bedoeling (kijk vooruit: wat wil je bereiken?)

    Estudio español para mi trabajo. (doel: voor mijn werk)

Vergelijk Correct Waarom?
We belden … een ticket te kopen Llamamos para comprar un billete. Doel van de actie
We belden … een probleem Llamamos por un problema. Reden/aanleiding

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • Middel/kanaal is bijna altijd por:

    Compré el billete para Internet. → Compré el billete por Internet.

  • Duur is por, niet para:

    Viajamos para dos semanas. → Viajamos por dos semanas.

  • Bestemming (waarheen) is para, niet por:

    El tren sale por Barcelona. → El tren sale para Barcelona.

Mini-zelftest: kun jij het zonder te vertalen?

  1. Als je in het Nederlands waarom kunt vragen: kies por.

  2. Als je hoe / via kunt vragen: kies por.

  3. Als je waarvoor / voor wie / waarheen kunt vragen: kies para.

Tip: Als je twijfelt tussen oorzaak en doel, vraag jezelf: verklaart dit de actie (por) of is het de bedoeling (para)?

  1. "Por" kan oorzaak, motief, reden en de duur van een handeling uitdrukken.
  2. "Para" kan de intentie, het doel of het oogmerk van een handeling uitdrukken; het geeft de ontvanger aan en de richting naar een bestemming.
Preposición (Voorzetsel)Uso (Gebruik)Ejemplo (Voorbeeld)
PorCausa (Oorzaak)Hemos cancelado la excursión por el mal tiempo. (We hebben de excursie geannuleerd vanwege het slechte weer.)
Medio (Middel)Hemos reservado el vuelo por Internet. (We hebben de vlucht via internet geboekt.)
Duración (Duur)Hemos viajado por dos semanas a España. (We zijn voor twee weken naar Spanje gereisd.)
ParaFinalidad (Doel)He llamado a la agencia para comprar un billete. (Ik heb het reisbureau gebeld om een ticket te kopen.)
Destinatario (Ontvanger)Este mapa es para los turistas. (Deze kaart is voor de toeristen.)
Dirección (Richting)El autobús ha salido para el aeropuerto a las 8 AM. (De bus is naar de luchthaven vertrokken om 8 uur ’s ochtends.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Compré el billete de avión ____ Internet, porque era más barato.

Ik kocht het vliegticket ____ internet, omdat het goedkoper was.

2. Fuimos a la oficina de turismo ____ pedir un mapa de la ciudad.

We gingen naar het toeristenbureau ____ een plattegrond van de stad te vragen.

3. La excursión se canceló ____ el mal tiempo y por motivos de seguridad.

De excursie werd geannuleerd ____ het slechte weer en om veiligheidsredenen.

4. El autobús sale ____ el aeropuerto a las ocho, así que salgan con tiempo.

De bus vertrekt om acht uur ____ de luchthaven, dus vertrek op tijd.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste optie met "por" of "para".

1.
Fout: para wordt niet gebruikt om het middel aan te geven; het moet por Internet zijn.
Fout: «para ayer» klinkt hier vreemd; de natuurlijke vorm is «Ik kocht het ticket gisteren via internet».
2.
Fout: er ontbreekt een lidwoord en bovendien vereist de oorzaak por (por el mal tiempo).
Fout: para wordt niet gebruikt om een oorzaak uit te drukken; het moet por el mal tiempo zijn.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin met de juiste voorzetsel (por of para) volgens de aangegeven betekenis: oorzaak, middel, duur, doel, ontvanger of richting.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Reservé las entradas Internet.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Reservé las entradas por Internet.
    (Ik heb de kaartjes via internet gereserveerd.)
  2. Estudio español mi trabajo.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Estudio español para mi trabajo.
    (Ik studeer Spaans voor mijn werk.)
  3. El tren sale Barcelona a las 7:30.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El tren sale para Barcelona a las 7:30.
    (De trein vertrekt om 7:30 naar Barcelona.)
  4. No fuimos a la playa la lluvia.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    No fuimos a la playa por la lluvia.
    (We gingen niet naar het strand vanwege de regen.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat en beslis over bestemming, vervoer en activiteiten, en leg uit waarom.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En la agencia de viajes, planificáis un viaje a una isla para las vacaciones.
(In het reisbureau plannen jullie een reis naar een eiland voor de vakantie.)

Bespreek
  • ¿Qué destino preferís: una isla con playa o una ciudad costera? ¿Por qué? (Welke bestemming hebben jullie liever: een eiland met strand of een kuststad? Waarom?)
  • ¿Vais a comprar el billete por Internet o en la agencia? ¿Por qué elegís ese medio? ¿Cuánto tiempo vais a viajar y para qué? (Gaan jullie het ticket online kopen of bij het reisbureau? Waarom kiezen jullie voor dat kanaal? Hoe lang gaan jullie op reis en waarvoor?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ir de vacaciones por dos semanas (Twee weken op vakantie gaan)
  • Reservar el vuelo por Internet (De vlucht online reserveren)
  • Comprar un billete para las vacaciones (Een ticket kopen voor de vakantie)

Gebruik in gesprek
  • por - causa/medio/duración (por - oorzaak/middel/duur)
  • para - finalidad/destino/destinatario (para - doel/bestemming/ontvanger)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage