Ejercicio: Gespreksoefening
Instrucción:
- ¿Haces alguno de los ejercicios que aparecen en las imágenes? Si es así, ¿cuál? (Doe je een van de oefeningen op de foto's? Zo ja, welke?)
- ¿Cómo incluyes el ejercicio en tu vida diaria? (Hoe neem je beweging op in je dagelijkse leven?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
|
Hago yoga todos los días. También hago estiramientos. Ik doe elke dag yoga. Ik doe ook stretchoefeningen. |
|
Levanto pesas en el gimnasio tres veces a la semana. Me gusta porque me hace sentir fuerte. Ik hef drie keer per week gewichten in de sportschool. Ik vind het leuk omdat het me sterk laat voelen. |
|
Camino a mi oficina en lugar de coger el coche. Ik loop naar mijn kantoor in plaats van de auto te nemen. |
|
Tengo una piscina, así que cada mañana nado durante media hora. Ik heb een zwembad, dus zwem ik elke ochtend een half uur. |
|
Siempre me siento bien después de hacer algún tipo de ejercicio. Me da energía. Ik voel me altijd goed na het doen van wat voor soort oefening dan ook. Het geeft me energie. |
|
Me siento cansado después de hacer ejercicio. Normalmente me acuesto temprano en un día así. Ik voel me moe na het sporten. Meestal ga ik vroeg naar bed op zo'n dag. |
| ... |