Het werk in team organiseren
Het werk in team organiseren

Het werk in team organiseren

Organizar el trabajo en equipo


Cómo motivar a tu equipo desde el puesto de trabajo: 5 aspectos clave según la psicología.
Hoe je je team op de werkplek motiveert: 5 belangrijke aspecten volgens de psychologie.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
Los puestos de trabajo De banen
Motivación Motivatie
La satisfacción Tevredenheid
Variedad de habilidades Variatie in vaardigheden
Liderazgo Leiderschap
El equipo Het team
Un mismo proyecto Hetzelfde project
El proceso de venta Het verkoopproces
El punto de venta Het verkooppunt
Los clientes De klanten
El valor que aportamos De waarde die we toevoegen
Las evaluaciones De evaluaties
En los años setenta, los psicólogos Hackman y Oldham estudiaron cómo organizar el trabajo para que las personas estén motivadas. (In de jaren zeventig onderzochten de psychologen Hackman en Oldham hoe je werk zo kunt organiseren dat mensen gemotiveerd blijven.)
La motivación interna aparece cuando una persona siente satisfacción por hacer bien su trabajo. (Intrinsieke motivatie ontstaat wanneer iemand tevredenheid ervaart doordat hij zijn werk goed doet.)
No depende de factores externos como el reconocimiento o el dinero. (Het hangt niet af van externe factoren zoals erkenning of geld.)
Estos estudios identifican cinco características importantes para aumentar la motivación en el trabajo. (Deze studies onderscheiden vijf belangrijke kenmerken om de motivatie op het werk te vergroten.)
La primera es la variedad de habilidades: usar diferentes conocimientos y capacidades. (De eerste is variatie in vaardigheden: verschillende kennis en vaardigheden gebruiken.)
Por ejemplo, habilidades técnicas, de liderazgo y de organización; la variedad de habilidades es importante. (Bijvoorbeeld technische vaardigheden, leiderschapsvaardigheden en organisatievaardigheden; variatie in vaardigheden is belangrijk.)
La segunda es la identidad de la tarea, que significa realizar una tarea completa de principio a fin. (De tweede is taakidentiteit: een volledige taak van begin tot eind uitvoeren.)
La tercera es la importancia de la tarea: saber que el trabajo ayuda a otras personas o a la sociedad. (De derde is het belang van de taak: weten dat het werk andere mensen of de samenleving helpt.)
Debemos conectar lo que hacemos con el para qué y con el valor que aportamos. (We moeten wat we doen verbinden met het waarom en met de waarde die we toevoegen.)
La cuarta es la autonomía: tener libertad para organizar parte del trabajo. (De vierde is autonomie: de vrijheid hebben om een deel van het werk zelf te organiseren.)
La quinta es la retroalimentación o feedback: recibir información clara sobre cómo se hace el trabajo. (De vijfde is terugkoppeling of feedback: duidelijke informatie krijgen over hoe het werk wordt uitgevoerd.)

1. ¿Qué provoca la motivación interna en el trabajo?

(Wat veroorzaakt intrinsieke motivatie op het werk?)

2. ¿Cuál es un ejemplo de variedad de habilidades?

(Wat is een voorbeeld van variatie in vaardigheden?)

3. ¿Qué significa la identidad de la tarea?

(Wat betekent taakidentiteit?)

4. ¿Qué es la retroalimentación o feedback?

(Wat is terugkoppeling of feedback?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Trabajo en equipo en la oficina

Teamwerk op kantoor
1. Juán: Tenemos que entregar el informe mañana, así que necesitamos colaborar. (We moeten het rapport morgen inleveren, dus we moeten samenwerken.)
2. Sara: De acuerdo, pero asegúrate de que no haya errores en los datos del cliente. Si tenemos prisa, cometemos errores. (Akkoord, maar zorg ervoor dat er geen fouten in de klantgegevens zitten. Als we haast hebben, maken we fouten.)
3. Juán: No te preocupes, lo revisaré todo con cuidado. (Maak je geen zorgen, ik zal alles zorgvuldig nakijken.)
4. Sara: Podemos dividirnos las tareas: yo termino el diseño y tú terminas los estados financieros. (We kunnen de taken verdelen: ik maak het ontwerp af en jij maakt de financiële overzichten af.)
5. Juán: Perfecto. Y si tienes dudas, comunícate conmigo por correo. (Perfect. En als je twijfels hebt, neem dan contact met me op via e-mail.)
6. Sara: Claro, ¿puedes hablar con el jefe de equipo? Tengo una reunión con él y quiere que le actualicemos sobre el proyecto. (Natuurlijk, kun jij met de teamleider praten? Ik heb een vergadering met hem en hij wil dat we hem bijpraten over het project.)
7. Juán: Por supuesto. Además, compartiré los avances con los compañeros. (Natuurlijk. Bovendien zal ik de voortgang delen met de collega's.)
8. Sara: Muy bien, entonces me encargo del diseño ahora. (Heel goed, dan ga ik nu met het ontwerp aan de slag.)
9. Juán: Genial. No tomemos decisiones sin consultarlo con el equipo. (Geweldig. Laten we geen beslissingen nemen zonder het met het team te overleggen.)
10. Sara: Vale, yo me encargo de estos papeles y tú te ocupas de lo tuyo. ¡Nos están esperando! (Oké, ik regel deze papieren en jij regelt die van jou. Ze wachten op ons!)

1. ¿Cómo reparten las tareas Juán y Sara?

(Hoe verdelen Juán en Sara de taken?)

2. ¿Qué le pide Sara a Juán sobre el jefe de equipo?

(Wat vraagt Sara aan Juán over de teamleider?)