Ejercicio: Gespreksoefening
- ¿Qué querías ser de mayor? (Wat wilde je worden toen je een kind was?)
- ¿Qué planes tienes para el futuro? ¿Te gustaría cambiar de trabajo pronto? (Welke plannen heb je voor de toekomst? Wil je binnenkort van baan veranderen?)
- ¿Cómo los lograrás? (Hoe ga je ze bereiken?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten