Estos pronombres ayudan a ver con quién se realiza la reflexibilidad y conectar las personas.

(Deze voornaamwoorden helpen om te zien met wie de wederkerigheid plaatsvindt en verbinden de personen met elkaar.)

1. Wat leer je hier precies?

  • Hoe je in het Spaans zegt: met mij, met jou, met hem/haar.
  • Wanneer je conmigo, contigo, consigo gebruikt.
  • Wanneer je juist mí, ti, sí gebruikt na andere voorzetsels.
  • Welke vormen niet kunnen, ook al klinken ze logisch voor een Nederlandstalige.

2. De drie speciale vormen met con

In het Spaans smelten con + mí / ti / sí samen tot één woord:

Spaans Letterlijk Betekenis Voorbeeld
conmigo con + mí met mij ¿Vienes conmigo al pueblo?
contigo con + ti met jou Quiero ir contigo al campo.
consigo con + sí met zichzelf El guía lleva agua consigo.

Belangrijk: schrijf deze vormen altijd aan elkaar, nooit als twee woorden.

con míconmigo
con ticontigo
con síconsigo

3. Wanneer gebruik je conmigo, contigo, consigo?

  • Altijd na con, als het over een persoon gaat.
  • De betekenis is: samen zijn / samen iets doen.

Vergelijk:

  • Quiero que vengas conmigo. → Ik wil dat je met mij komt.
  • Voy al mercado contigo. → Ik ga met jou naar de markt.
  • El agricultor siempre lleva su comida consigo. → De boer heeft zijn eten altijd bij zich.

Zelfcheck: Staat er con + ik/jij/hij/zij (als persoon)? Dan denk je:

  1. Wie is het? yo / tú / él, ella.
  2. Kies: yo → conmigo, tú → contigo, él/ella → consigo.

4. Let op: alleen enkelvoud – wat doe je met meervoud?

Er bestaan geen vormen als connosotros of convosotros.

Persoon Onjuist Correct
nosotros / nosotras connosotros con nosotros / con nosotras
vosotros / vosotras convosotros con vosotros / con vosotras
ellos / ellas conellos con ellos / con ellas

Voorbeelden:

  • ¿Vienes con nosotros al campo? → Kom je met ons naar het platteland?
  • Voy con ellos a la granja. → Ik ga met hen naar de boerderij.

5. Wanneer gebruik je mí, ti, sí zonder con?

Na andere voorzetsels (niet con) gebruik je juist mí, ti, sí.

Voorzetsel + pronomen Betekenis Voorbeeld
para mí voor mij Este trabajo en el campo es difícil para mí.
para ti voor jou Vivir en el pueblo es fácil para ti.
de mí over mij / van mij Siempre hablo de mí demasiado.
para sí voor zichzelf Ella habla para sí para concentrarse.

Vuistregel:

  • Alle voorzetsels → mí, ti, sí
  • Behalve con → dan krijg je conmigo, contigo, consigo

6. Veelgemaakte fouten door Nederlandstaligen

  • Fout 1: con mí / con ti gebruiken
    • ¿Vienes al pueblo con mí?
    • ¿Vienes al pueblo conmigo?
    • Voy a la granja con ti.
    • Voy a la granja contigo.
  • Fout 2: conmigo gebruiken waar het eigenlijk contigo moet zijn
    • Situatie: ik nodig jou uit.
    • Quiero ir conmigo al campo. (klinkt alsof je met jezelf gaat)
    • Quiero ir contigo al campo.
  • Fout 3: con él in plaats van consigo (als het echt reflexief is)
    • El guía siempre lleva agua con él. (kan, maar is neutraal)
    • El guía siempre lleva agua consigo. (benadrukt: bij zichzelf)

Tip: Vraag jezelf: "Gaat het om samen met mij/jou/hem iets doen?" → dan bijna altijd conmigo / contigo / consigo.

7. Kleine betekenisnuance bij consigo

  • con él / con ella = met hem / met haar (als andere persoon).
  • consigo = met zichzelf, bij zich.

Voorbeelden:

  • María lleva a su perro con ella. → De hond gaat met haar mee.
  • María siempre lleva sus llaves consigo. → Zij heeft haar sleutels altijd bij zich.

In jouw niveau (A2) is consigo vooral handig als vaste combinatie: iets bij zich hebben.

8. Stapsgewijze beslisboom

  1. Kijk naar het voorzetsel:
    • Is het con? → ga naar stap 2.
    • Een ander voorzetsel (para, de, por, sin, sobre…)? → gebruik mí / ti / él, ella, nosotros…
  2. Bij con: over welke persoon gaat het?
    • yo → conmigo
    • tú → contigo
    • él / ella / usted → consigo (als het over zichzelf gaat)
    • nosotros / vosotros / ellos → con nosotros / con vosotros / con ellos
  3. Controleer jezelf:
    • Zie je nog con mí, con ti, con sí? → verbeteren.

9. Snelle zelfcheck: begrijp je het?

  • Kun je in het Spaans zeggen:
    • Kom je met mij naar de boerderij?
    • Ik ga met jou naar het dorp.
    • De boer neemt altijd zijn hond met zich mee.

Mogelijke antwoorden:

  • ¿Vienes conmigo a la granja?
  • Voy al pueblo contigo.
  • El agricultor siempre lleva a su perro consigo.

Kun je dit soort zinnen zelf maken en corrigeren? Dan beheers je deze grammatica goed genoeg om het in gesprek toe te passen.

  1. "Conmigo", "contigo" en "consigo" worden gebruikt om uit te drukken dat een handeling samen met iemand anders wordt gedaan. Ze worden gevormd door het voorzetsel "con" te combineren met de voornaamwoorden "mí" (van yo), "ti" (van tú) en sí (él).
  2. De voornaamwoorden "mí", "sí" y "ti" komen na de voorzetsels.
Fórmula (Formule)Frases  (Zinnen)
Yo (mí) -> con + --> conmigoÉl se fue al campo conmigo. (Hij ging het platteland op met mij.)
Tu (ti) -> con + ti  -> contigo Quería ir contigo a alimentar las vacas.  (Ik wilde met jou de koeien gaan voeren.)
Él / Ella (sí) -> con + -> consigoEl niño llevó pan consigo en la granja. (De jongen nam brood met zich mee op de boerderij.)

Uitzonderingen!

  1. Deze voornaamwoorden bestaan alleen in het enkelvoud; voor de meervoudsvormen gebruik je "con nosotros", "con vosotros", "con ellos".

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Este fin de semana quiero ir al campo ______ para ver las vacas y los caballos.

Dit weekend wil ik met jou naar het platteland gaan ______ om de koeien en de paarden te bekijken.)

2. El agricultor siempre lleva su perro ______ cuando va a la granja.

De boer neemt zijn hond altijd ______ mee wanneer hij naar de boerderij gaat.)

3. ¿Puedes hablar de la vida en el pueblo ______ y con Marta esta tarde?

Kun je vanavond over het leven in het dorp ______ en met Marta praten?)

4. Para ______ es fácil vivir en la naturaleza, pero para ______ es un gran cambio.

Voor ______ is het gemakkelijk om in de natuur te leven, maar voor ______ is het een grote verandering.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Selecteer de juiste zin die correct gebruikmaakt van de wederkerige voornaamwoorden 'met mij', 'met jou', 'zichzelf', 'mij' en 'jou' in de context van gedeelde of wederkerige handelingen, om het juiste gebruik ervan in alledaagse situaties met betrekking tot het platteland en het boerenleven te oefenen.

1.
Onjuist. In het Spaans is het 'conmigo' als één woord, maar in het Nederlands gebruiken we gewoon 'met mij' zonder aanpassing.
Onjuist. Hoewel deze zin grammaticaal correct is, vermijden we in deze oefening het herhalen van een correcte vorm die al in een andere optie is gebruikt.
2.
Onjuist. De juiste vorm is 'met zich mee' als vaste combinatie, niet 'met zichzelf' los.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door de voornaamwoorden met de voorzetsel 'con' correct te gebruiken: conmigo, contigo of consigo (voorbeeld: Quiero que vengas conmigo).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (conmigo) Quiero que vengas al pueblo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Quiero que vengas conmigo al pueblo.
    (Quiero que vengas conmigo al pueblo.)
  2. Hint Hint (contigo) Voy al hotel rural con tú.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Voy al hotel rural contigo.
    (Voy al hotel rural contigo.)
  3. Hint Hint (consigo) El niño lleva una mochila con él a la granja.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El niño lleva una mochila consigo a la granja.
    (El niño lleva una mochila consigo a la granja.)
  4. Hint Hint (contigo) ¿Puedo ir al mercado del pueblo con tú?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    ¿Puedo ir al mercado del pueblo contigo?
    (¿Puedo ir al mercado del pueblo contigo?)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat met je klasgenoot en organiseer samen het bezoek aan het landgoed.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Dos compañeros de trabajo planean pasar un fin de semana en una granja cercana.
(Twee collega’s van het werk zijn van plan een weekend op een nabijgelegen boerderij door te brengen.)

Bespreek
  • ¿Qué animales te gustaría alimentar conmigo y cuáles prefieres ver tú solo? (Welke dieren zou je graag samen met mij willen voeren en welke wil je liever alleen bekijken?)
  • ¿Prefieres que el agricultor hable contigo, conmigo o consigo mismo durante la visita? (explica por qué) (Wil je dat de boer tijdens het bezoek met jou, met mij of tegen zichzelf praat? (leg uit waarom))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • ¿Vienes al campo conmigo este sábado? (Kom je deze zaterdag met mij naar het platteland?)
  • El agricultor siempre trae pan consigo para las cabras. (De boer neemt altijd brood mee voor de geiten.)
  • ¿Montas a caballo conmigo o prefieres pasear solo por la naturaleza? (Rijd je met mij te paard of wandel je liever alleen in de natuur?)

Gebruik in gesprek
  • conmigo (met mij)
  • contigo (met jou)
  • consigo (tegen zichzelf)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Calcagni

Talen voor communicatie in internationale ondernemingen en organisaties

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 01:00