De onvoltooide verleden tijd: onregelmatige werkwoorden

El pretérito indefinido: Los verbos irregulares


Algunos verbos en pretérito indefinido son irregulares y tienen cambios en su raíz o en su conjugación.

(Sommige werkwoorden in de pretérito indefinido zijn onregelmatig en hebben veranderingen in hun stam of in hun vervoeging.)

Wanneer gebruik je het pretérito indefinido (onregelmatig)?

Je gebruikt het pretérito indefinido voor afgeronde acties in het verleden: iets gebeurde en is klaar.

  • Tijdsaanduidingen die dit vaak triggeren: ayer, anoche, el domingo pasado, la semana pasada, en 2023, una vez.
  • Typisch in verhalen met opeenvolgende stappen: “Eerst…, daarna…”
Wat wil je zeggen? Meestal kies je Voorbeeld
Een afgerond feit indefinido Ayer pude llamar.
Achtergrond / duur / gewoonte imperfecto Antes podía llamar desde la oficina.

Het vaste “blok”: de uitgangen van deze onregelmatige vormen

Bij deze onregelmatige indefinido-werkwoorden zijn de uitgangen altijd hetzelfde:

  • -e, -iste, -o, -imos, -isteis, -ieron

Handig om te zien als patroon:

Persoon Uitgang Voorbeeld met pud- (poder)
yo-epude
-istepudiste
él/ella/usted-opudo
nosotros/as-imospudimos
vosotros/as-isteispudisteis
ellos/ellas/ustedes-ieronpudieron

De kern: je leert vooral de stam (raíz)

Het “onregelmatige” zit hier vooral in de stam. De uitgangen blijven gelijk.

  • poderpud- → pude, pudiste, pudo…
  • tenertuv- → tuve, tuviste, tuvo…
  • estarestuv- → estuve, estuviste…
  • sabersup- → supe, supiste…
  • ponerpus- → puse, pusiste…
  • quererquis- → quise, quisiste…

Hacer heeft twee stammen:

  • meestal hic-: hiciste, hicimos, hicisteis, hicieron
  • maar in hizo zie je hiz-: él/ella/usted hizo

Let op: géén accenttekens bij deze onregelmatige vormen

Een veelgemaakte fout is onnodige accenten toevoegen. Bij deze groep geldt:

  • geen tilde in om het even welke vorm
  • dus: dio, fui, pude, tuvo

Vergelijk (fout → goed):

  • diódio
  • pudépude
  • fuífui

Ser en ir: dezelfde vormen, andere betekenis

ser en ir zijn in indefinido identiek: fui, fuiste, fue, fuimos, fuisteis, fueron.

  • ir = gaan (beweging): El domingo fui a casa de unos amigos.
  • ser = zijn (identiteit/omschrijving): La reunión fue larga.

Tip: kijk naar de context. Staat er een bestemming (a + lugar)? Dan is het bijna altijd ir.

Derde persoon met kleine verandering: o→u / e→i (alleen él/ellos)

Sommige werkwoorden zijn “bijna” regelmatig, maar veranderen alleen in:

  • él/ella/usted en ellos/ellas/ustedes

De klinkerwisseling zie je vooral bij -ir werkwoorden:

  • dormir → durmió / durmieron
  • pedir → pidió / pidieron
  • seguir → siguió / siguieron
  • sentir → sintió / sintieron

Maar: nosotros/vosotros blijven “normaal” (dormimos, pedimos…).

Spellingwijziging om de klank te behouden (1e persoon enkelvoud)

Bij sommige werkwoorden verandert de spelling in yo om dezelfde uitspraak te houden:

  • -car-qué: buscar → busqué
  • -gar-gué: pagar → pagué
  • -zar-cé: empezar → empecé

Dit is geen “rare uitzondering”, maar een uitspraakregel.

Snelle zelfcheck (30 seconden) vóór je een zin invult

  1. Is het een afgerond moment? (ayer, anoche, el año pasado) → indefinido
  2. Is het een stam-onregelmatige? (pud-, tuv-, estuv-, sup-, pus-, quis-, hic-/hiz-) → kies die stam
  3. Kies de vaste uitgang (-e, -iste, -o, -imos, -isteis, -ieron)
  4. Check accenten: bij deze groep geen
  5. Ser of ir? Kijk naar context: bestemming = ir; beschrijving/“het was” = ser
  1. De uitgangen van onregelmatige werkwoorden zijn: "-e, -iste, -o, -imos, -isteis, -ieron" .
  2. De werkwoorden "ser" en "ir" worden hetzelfde vervoegd.
  3. Onregelmatige werkwoorden in de pretérito indefinido krijgen in geen enkele vorm een accentteken.
Verbo (Werkwoord)Raíz (Stam)Conjugación (Vervoeging)
HacerHic- Hiz-Yo hice, tú hiciste, él hizo, nosotros hicimos, vosotros hicisteis, ellos hicieron
PoderPud-Pude, pudiste, pudo, pudimos, pudisteis, pudieron
PonerPus-Puse, pusiste, puso, pusimos, pusisteis, pusieron
QuererQuis-Quise, quisiste, quiso, quisimos, quisisteis, quisieron
SaberSup-Supe, supiste, supo, supimos, supisteis, supieron
EstarEstuv-Estuve, estuviste, estuvo, estuvimos, estuvisteis, estuvieron
Tener Tuv-Tuve, tuviste, tuvo, tuvimos, tuvisteis, tuvieron
Dar/Di, diste, dio, dimos, disteis, dieron
Ser/Fui, fuiste, fue, fuimos, fuisteis, fueron
Ir/

Uitzonderingen!

  1. Sommige werkwoorden zijn regelmatig, maar hebben een verandering in de derde persoon enkelvoud en meervoud. Bijvoorbeeld: dormir-durmió; pedir-pidió; seguir-siguieron; sentir-sintieron
  2. Sommige werkwoorden hebben ook een medeklinkerwisseling in de derde persoon enkelvoud en meervoud. Bijvoorbeeld: leer-leyó
  3. Werkwoorden die eindigen op -zar; -gar en -car veranderen -z in -c; -g in -gu; -c in -qu in de eerste persoon enkelvoud. Bijvoorbeeld: pagar-pagué

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ayer no ____ ver el telediario porque estuve en una reunión larga.

Gisteren kon ik het journaal niet ____ omdat ik in een lange vergadering zat.

2. El presentador nos ____ la noticia y luego empezó el reportaje.

De presentator ____ ons het nieuws en daarna begon de reportage.

3. El domingo ____ a casa de unos amigos y vimos las noticias actuales.

Zondag ____ ik naar een paar vrienden en we keken naar het actuele nieuws.

4. Anoche ____ la radio en la cocina para escuchar las últimas noticias.

Gisteravond ____ we de radio aan in de keuken om naar het laatste nieuws te luisteren.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin in de pretérito indefinido.

1.
Onjuist: mengt tegenwoordige tijd (veo) met verleden; het moet "vi" zijn.
Onjuist: "escuchaba" is imperfecto; hier wordt een afgeronde handeling verwacht ("escuché").
2.
Onjuist: "daba" is imperfecto en beschrijft gewoontes of een handeling die bezig was, niet een puntuele, afgeronde handeling.
Onjuist: de vorm met accent in "dio" is fout; de onregelmatige indefinido krijgt in deze vorm geen accent.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf iedere zin in de onvoltooid verleden tijd (pretérito indefinido) met de correcte vorm van het onregelmatige werkwoord tussen haakjes (bijv.: Hoy hago un reportaje → Ayer hice un reportaje).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hoy (hacer) un reportaje sobre las noticias del día.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ayer hice un reportaje sobre las noticias del día.
    (Gisteren deed ik een reportage over het nieuws van de dag.)
  2. Esta mañana no (poder) ver el programa porque no tenía tiempo.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Esta mañana no pude ver el programa porque no tenía tiempo.
    (Vanochtend kon ik het programma niet kijken omdat ik geen tijd had.)
  3. Anoche mi madre (poner) la televisión en el salón para ver el noticiero.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Anoche mi madre puso la televisión en el salón para ver el noticiero.
    (Gisteravond zette mijn moeder de televisie in de woonkamer aan om naar het journaal te kijken.)
  4. El año pasado nosotros (querer) conocer a un presentador famoso.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El año pasado nosotros quisimos conocer a un presentador famoso.
    (Vorig jaar wilden wij een beroemde presentator ontmoeten.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat twee minuten en vertel wat er gebeurde en hoe jullie reageerden.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Ayer en la oficina, mi colega y yo vimos las noticias en la televisión.
(Gisteren op kantoor keken mijn collega en ik naar het nieuws op televisie.)

Bespreek
  • ¿Qué programa de televisión visteis y quién fue el presentador o el reportero? (Welk tv-programma keken jullie en wie was de presentator of de verslaggever?)
  • ¿Qué supisteis de la noticia y por qué os preocupó? ¿Cómo reaccionasteis? (una acción concreta)​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​?​? (Wat hoorden jullie in het nieuws en waarom maakte het jullie ongerust? Hoe reageerden jullie? (een concrete actie))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Vi un programa de televisión; el presentador dio la noticia. (Ik zag een tv-programma; de presentator bracht het nieuws.)
  • El reportero hizo un reportaje sobre las noticias actuales. (De verslaggever maakte een reportage over het actuele nieuws.)
  • No pude reaccionar bien, pero llamé por teléfono enseguida. (Ik kon niet goed reageren, maar ik belde meteen.)

Gebruik in gesprek
  • pretérito indefinido irregular (hice, pude, puse, quise, supe, estuve, tuve, di) (onregelmatige pretérito indefinido (hice, pude, puse, quise, supe, estuve, tuve, di))
  • ser/ir en pretérito indefinido (fui, fuiste, fue...) (ser/ir in pretérito indefinido (fui, fuiste, fue...))
  • contraste pudo/no pudo para explicar resultados (contrast pudo/no pudo om resultaten uit te leggen)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage