Algunos verbos en pretérito indefinido son irregulares y tienen cambios en su raíz o en su conjugación.

(Sommige werkwoorden in de pretérito indefinido zijn onregelmatig en hebben veranderingen in hun stam of in hun vervoeging.)

1. Wat doet de pretérito indefinido ook alweer?

  • Je gebruikt de pretérito indefinido voor afgesloten acties in het verleden.
  • Er is een duidelijk tijdstip: ayer, anoche, el lunes pasado, en 2010…
  • De actie is echt klaar: geen verbinding meer met nu.

Voor dit blok gaat het speciaal om de onregelmatige vormen in die tijd.

2. Belangrijk idee: stam verandert, uitgangen blijven gelijk

  • Bij deze onregelmatige werkwoorden verandert de stam (raíz).
  • Maar de uitgangen zijn bijna altijd hetzelfde:
Persoon Uitgang Voorbeeld met tener (tuv-)
yo-etuve
-istetuviste
él / ella / usted-otuvo
nosotros/-as-imostuvimos
vosotros/-as-isteistuvisteis
ellos / ellas / ustedes-ierontuvieron
  • Let op: deze vormen hebben nooit een accent (geen tilde).
  • Focus dus op 2 dingen:
    1. Welke stam hoort bij het werkwoord?
    2. Welke persoon is het? (yo, tú, …)

3. Overzicht van de belangrijkste onregelmatige stammen

Infinitief Stam in indefinido Voorbeeld (yo) Betekenis
hacerhic- / hiz-hicedoen, maken
poderpud-pudekunnen
ponerpus-pusezetten, leggen
quererquis-quisewillen
sabersup-supeweten
estarestuv-estuvezijn, zich bevinden
tenertuv-tuvehebben
dar(stam: d-)digeven
ser / ir(stam: f-)fuizijn / gaan
  • Tip: leer deze stammen als kleine blokjes uit je hoofd: tuv-, estuv-, pud-, pus-, sup-, hic-, quis-
  • Daarna plak je er gewoon de bekende uitgangen aan vast.

4. Bijzonderheden per werkwoord

  • Hacer
    • Stam: hic-
    • Maar: in él/ella/usted wordt het hiz-o (niet hico).
    • Volledige rij: hice, hiciste, hizo, hicimos, hicisteis, hicieron.
  • Dar
    • Klinkt alsof het een -er/-ir werkwoord is: di, diste, dio, dimos, disteis, dieron.
    • Ook hier: geen accent.
  • Ser en ir
    • Hebben exact dezelfde vormen: fui, fuiste, fue, fuimos, fuisteis, fueron.
    • Het verschil zie je alleen in de context:
      • Ayer fui médico = ik was arts (ser).
      • Ayer fui al médico = ik ging naar de dokter (ir).

5. Klinkerwissel bij -ir werkwoorden (derde persoon)

Een andere groep onregelmatigheden: werkwoorden die een klinkerwissel krijgen in de 3e persoon.

  • Alleen bij sommige -ir-werkwoorden.
  • Alleen in él/ella/usted en ellos/ellas/ustedes.
Infinitief Type wissel 3e pers. enkelv. 3e pers. meerv.
dormiro → ududu
pedire → ipidiópidieron
seguire → isiguiósiguieron
sentire → isintiósintieron
  • De andere vormen (yo, tú, nosotros, vosotros) zijn regelmatig in de indefinido.
  • Handige controle: zie je 3e persoon -ir en mist er een klinkerwissel? Dan is het waarschijnlijk fout.

6. Spellingveranderingen in de 1e persoon enkelvoud

Deze verandering is alleen voor yo en alleen om de uitspraak te bewaren.

  • Werkwoorden op -car: c → qu voor -é
    • buscar → yo busqué (niet buscé)
  • Werkwoorden op -gar: g → gu voor -é
    • pagar → yo pagué (niet pagé)
  • Werkwoorden op -zar: z → c voor -é
    • empezar → yo empecé (niet empezé)

Alle andere personen zijn hier regelmatig in de indefinido.

7. Verandering met -y- in 3e persoon (bijv. leer)

Sommige werkwoorden op -er / -ir krijgen in 3e persoon een y om twee klinkers op rij te vermijden.

Infinitief 3e pers. enkelv. 3e pers. meerv.
leerleyóleyeron
  • Typisch bij werkwoorden als leer, oír, creer in de indefinido.
  • Let op de accenten in de andere personen (regelmatige indefinido-uitgangen met tilde).

8. Zelfcontrole: maak ik typische fouten?

  1. Accentfouten
    • Onthoud: onregelmatige stammen (tuve, estuve, pude, supe…) hebben geen accent.
    • Check: zie je een tilde in pudió of tuví? Dan klopt het niet.
  2. Vergeten stam te veranderen
    • tení → moet zijn: tuve.
    • podió → moet zijn: pudo.
  3. Ser en ir verwarren
    • Vormen zijn hetzelfde: fui, fuiste, fue…
    • Kijk altijd naar het volgende woord:
      • fui a + plaats = gaan.
      • fui + zelfstandig naamwoord = zijn.
  4. -car/-gar/-zar niet aanpassen in yo
    • pagépagué
    • empezéempecé

9. In 3 stappen zelf een vorm bouwen

  1. Bepaal het werkwoord en de persoon
    • Voorbeeld: “Gisteren kon ik niet komen.” → poder, persoon: yo.
  2. Zoek de onregelmatige stam (als die er is)
    • poder → stam: pud-.
  3. Plak de juiste uitgang eraan
    • yo → uitgang -e.
    • Resultaat: pude.
    • Zin: Ayer no pude venir.

Herhaal dit hardop met andere werkwoorden: tener, estar, saber, querer…

10. Wat moet je echt onthouden?

  • Onregelmatige pretérito indefinido = vaste stam + vaste uitgangen.
  • Deze onregelmatige vormen hebben geen accent.
  • Sommige -ir werkwoorden veranderen klinker in 3e persoon (durmió, pidieron…).
  • -car/-gar/-zar veranderen in yo: busqué, pagué, empecé.
  • Ser en ir hebben dezelfde vormen (fui, fuiste…), de context maakt duidelijk welke het is.

Als je deze punten beheerst, kun je in gesprekken vlot vertellen wat je gisteren, vorige week of vorig jaar hebt gedaan.

  1. De uitgangen van onregelmatige werkwoorden zijn: "-e, -iste, -o, -imos, -isteis, -ieron" .
  2. De werkwoorden "ser" en "ir" worden op dezelfde manier vervoegd.
  3. Onregelmatige werkwoorden in de pretérito indefinido hebben in geen van hun vormen een accent.
Verbo (Werkwoord)Raíz (Stam)Conjugación (Vervoeging)Ejemplo (Voorbeeld)
HacerHic- Hiz-Hice, hiciste, hizo, hicimos, hicisteis, hicieronHice un reportaje sobre las noticias actuales. (Ik maakte een reportage over het actuele nieuws.)
PoderPud-Pude, pudiste, pudo, pudimos, pudisteis, pudieronNo pude volver a ver el programa. (Ik kon het programma niet opnieuw kijken.)
PonerPus-Puse, pusiste, puso, pusimos, pusisteis, pusieronMi madre puso la televisión en el salón. (Mijn moeder zette de tv aan in de woonkamer.)
QuererQuis-Quise, quisiste, quiso, quisimos, quisisteis, quisieronSiempre quisimos conocer al presentador del noticiero. (We wilden de nieuwslezer altijd graag ontmoeten.)
SaberSup-Supe, supiste, supo, supimos, supisteis, supieronNo supe que mi abuelo fue reportero hasta que vi un reportaje suyo.  (Ik wist niet dat mijn opa verslaggever was tot ik een reportage van hem zag.)
EstarEstuv-Estuve, estuviste, estuvo, estuvimos, estuvisteis, estuvieronNosotros estuvimos en un programa televisivo.  (Wij waren in een tv-programma.)
Tener Tuv-Tuve, tuviste, tuvo, tuvimos, tuvisteis, tuvieronYo tuve una televisión pequeña. (Ik had een kleine televisie.)
Dar/Di, diste, dio, dimos, disteis, dieronEl presentador nos dio una buena noticia. (De presentator gaf ons goed nieuws.)
Ser/Fui, fuiste, fue, fuimos, fuisteis, fueronfuiste un presentador. (Jij was een presentator.)
Ir/Ayer fuisteis al programa televisivo. (Gisteren gingen jullie naar het tv-programma.)

Uitzonderingen!

  1. Sommige werkwoorden zijn regelmatig maar hebben een verandering in de derde persoon enkelvoud en meervoud. Bijvoorbeeld: dormir-durmió; pedir-pidió; seguir-siguieron; sentir-sintieron
  2. Sommige werkwoorden hebben ook een medeklinkerverandering in de derde persoon enkelvoud en meervoud. Bijvoorbeeld: leer-leyó
  3. Werkwoorden die eindigen op -zar, -gar en -car veranderen -z in -c, -g in -gu en -c in -qu in de eerste persoon enkelvoud. Bijvoorbeeld: pagar-pagué

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ayer ___ un reportaje para la intranet sobre las noticias actuales de la empresa.

Gisteren ___ voor het intranet een reportage gemaakt over het actuele nieuws van het bedrijf.)

2. Anoche no ___ ver el programa porque ___ hasta tarde en una reunión.

Gisteravond ___ het programma niet kijken omdat ___ tot laat in een vergadering was.)

3. El presentador ___ las noticias y luego ___ un reportaje muy interesante sobre nuestra ciudad.

De presentator ___ het nieuws en daarna ___ een zeer interessante reportage over onze stad.)

4. El sábado ___ al estudio del canal local y ___ hablar con el reportero, pero no ___ allí.

Zaterdag ___ naar de studio van het lokale kanaal gegaan en ___ met de verslaggever praten, maar hij ___ daar niet.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Selecteer de correcte zin in de pretérito indefinido van regelmatige of onregelmatige werkwoorden voor elke situatie. Let goed op de uitgangen en accenten, en voorkom veelvoorkomende fouten bij de vervoeging van de pretérito indefinido.

1.
Fout: Het werkwoord 'ver' in de pretérito indefinido krijgt geen accent in de eerste persoon enkelvoud. 'Ví' is onjuist.
Fout: De vorm 'vié' bestaat niet; 'ver' wordt vervoegd als 'vi' in de eerste persoon enkelvoud van de pretérito.
2.
Fout: Hoewel de vorm 'preguntamos' hetzelfde is in zowel tegenwoordige tijd als pretérito, klopt de context van deze zin; deze optie blijft onjuist.
Fout: De vorm 'preguntamosé' bestaat niet; de juiste pretérito-vorm voor 'nosotros' is 'preguntamos'.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de onvoltooid verleden tijd (pretérito indefinido) met de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Ayer no (poder) entrar en la reunión en línea.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ayer no pude entrar en la reunión en línea.
    (Ayer no pude entrar en la reunión en línea.)
  2. Anoche mi jefe me (dar) una buena noticia sobre el proyecto.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Anoche mi jefe me dio una buena noticia sobre el proyecto.
    (Anoche mi jefe me dio una buena noticia sobre el proyecto.)
  3. El año pasado nosotros (tener) muchos problemas técnicos con la plataforma.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El año pasado nosotros tuvimos muchos problemas técnicos con la plataforma.
    (El año pasado nosotros tuvimos muchos problemas técnicos con la plataforma.)
  4. El viernes pasado yo (hacer) una presentación sobre los nuevos impuestos.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El viernes pasado yo hice una presentación sobre los nuevos impuestos.
    (El viernes pasado yo hice una presentación sobre los nuevos impuestos.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat met je klasgenoot en vertel hem precies wat er gisteren met dat nieuws is gebeurd.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Ayer recibiste un mensaje urgente sobre una noticia que salió en la televisión.
(Gisteren kreeg je een dringend bericht over een nieuwsitem dat op televisie was geweest.)

Bespreek
  • ¿Qué programa viste ayer y de qué trató el reportaje? (Welk programma heb je gisteren gezien en waar ging het item over?)
  • ¿Qué supiste cuando recibiste o dejaste el mensaje sobre las noticias? ¿Cómo reaccionaste? ? ¿Pudiste ver el programa en directo o lo viste después por internet? (¿Dónde y cuándo?) (Wat wist je toen je het bericht over het nieuws ontving of achterliet? Hoe reageerde je? Kon je het programma live zien of heb je het later op internet bekeken? (Waar en wanneer?))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ayer vi un programa de noticias y supe que… (Gisteren zag ik een nieuwsprogramma en ik hoorde dat…)
  • El presentador dio la información y todos estuvimos preocupados. (De presentator gaf de informatie en we waren allemaal bezorgd.)
  • No pude ver la televisión, pero lo puse en internet y lo vi anoche. (Ik kon niet naar de televisie kijken, maar ik zette het op internet en heb het gisteravond bekeken.)

Gebruik in gesprek
  • pretérito indefinido de verbos irregulares (pretérito indefinido van onregelmatige werkwoorden)
  • expresiones de tiempo pasadas sencillas (ayer, anoche, el otro día) (eenvoudige tijdsaanduidingen in het verleden (ayer, anoche, el otro día))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage