De onregelmatige vergelijkingen: Mejor, Peor, Mayor, Menor

Los comparativos irregulares: Mejor, Peor, Mayor, Menor


Los comparativos irregulares son adjetivos que se utilizan para comparar cualidades como la calidad, el tamaño o la edad.

(De onregelmatige vergrotende trap zijn bijvoeglijke naamwoorden die gebruikt worden om eigenschappen te vergelijken, zoals kwaliteit, grootte of leeftijd.)

Wanneer gebruik je mejor / peor / mayor / menor?

Dit zijn onregelmatige vergelijkingen in het Spaans. Je gebruikt ze in plaats van más/menos + bijvoeglijk naamwoord.

  • mejor = beter (kwaliteit / resultaat)
  • peor = slechter / erger (kwaliteit / nadeel)
  • mayor = ouder / groter (leeftijd of grootte)
  • menor = jonger / kleiner (leeftijd of grootte)

De kernregel: geen “más” of “menos” erbij

Deze woorden zijn al een vergelijking. Daarom zeg je:

  • Es mejorEs más mejor
  • Es peorEs más peor
  • Es mayorEs más mayor
  • Es menorEs más menor

Wil je extra versterken? Dat kan met mucho:

  • mucho mejor (veel beter)
  • mucho peor (veel erger)

Snelle keuzehulp (A2): kwaliteit of leeftijd/grootte?

Waar vergelijk je op? Kies Praktisch voorbeeld
Kwaliteit / comfort / resultaat mejor Es mejor viajar con poco equipaje.
Nadeel / ongemak / slecht resultaat peor Olvidar el cargador es peor que olvidar una camiseta.
Leeftijd of grootte (meer) mayor Mi jefe es mayor que yo.
Leeftijd of grootte (minder) menor Su hermana es menor (es menor de edad).

Zinsbouw die je vaak nodig hebt

  • Es mejor/peor + infinitivo
    • Es mejor llevar una mochila.
    • Es peor llegar tarde al aeropuerto.
  • … es mejor/peor que …
    • Llevar dos maletas es peor que llevar una.
  • … es mayor/menor que …
    • Mi hermano es mayor que yo.

Let op: “mayor/menor” vs “más grande/pequeño”

Bij leeftijd is het simpel: meestal mayor/menor.

  • Ella es mayor (ouder).
  • Él es menor (jonger / minderjarig).

Bij grootte kunnen beide, maar met een verschil in gevoel:

  • mayor = formeler / neutraler: La maleta mayor (de grotere koffer).
  • más grande = heel direct “groter”: Esta maleta es más grande.

Voor A2 is dit veilig:

  • personenmayor/menor
  • objecten → vaak más grande/pequeño (maar mayor/menor kan ook)

Zelfcheck (30 seconden)

  1. Vergelijk ik kwaliteit? → mejor / peor
  2. Vergelijk ik leeftijd of grootte? → mayor / menor
  3. Staat er per ongeluk más of menos vóór mejor/peor/mayor/menor? → weghalen.
  4. Wil ik “veel” zeggen? → mucho mejor / mucho peor
  1. Mejor en peor vergelijken kwaliteit.
  2. Mayor en menor geven grootte of leeftijd aan.
  3. Ze hebben geen "más" en "menos" vóór het bijvoeglijk naamwoord nodig.
Adjetivo (Bijvoeglijk naamwoord)Comparativo (Vergrotende trap)Ejemplo (Voorbeeld)
Bien (Goed)Mejor (Beter)Si el viaje es corto, es mejor llevar solo equipaje de mano. (Als de reis kort is, is het beter om alleen handbagage mee te nemen.)
Mal (Slecht)Peor (Erger)Llevar demasiado equipaje es peor que llevar poco. (Te veel bagage meenemen is erger dan weinig meenemen.)
Viejo (Oud)Mayor (Ouder)Cuando estás mayor, podemos ir juntos de vacaciones. (Als je ouder bent, kunnen we samen op vakantie gaan.)
Joven (Jong)Menor (Jonger)Cuando eres menor, no puedes viajar solo. (Als je minderjarig bent, mag je niet alleen reizen.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Para un viaje de trabajo de dos días, es ____ llevar una maleta pequeña.

Voor een zakenreis van twee dagen is het ____ om een kleine koffer mee te nemen.

2. Llevar tres cargadores es ____ que llevar solo uno.

Drie opladers meenemen is ____ dan er maar één meenemen.

3. En la cinta de equipaje grande, la maleta ____ suele salir primero.

Op de grote bagageband komt de ____ koffer meestal als eerste.

4. Mi hermano es ____, así que no puede viajar solo.

Mijn broer is ____, dus hij kan niet alleen reizen.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin.

1.
Structuurfout: hier moet het infinitief staan («meenemen»), niet «beter dan».
Veelgemaakte fout: je gebruikt geen «meer» met «beter».
2.
Veelgemaakte fout: je gebruikt geen «minder» met «slechter».
Veelgemaakte fout: «slechter» wordt niet gecombineerd met «meer».

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de juiste onregelmatige vergrotende trap (beter/slechter/ouder/jonger) in plaats van "meer/minder + bijvoeglijk naamwoord" (voorbeeld: meer goed → beter).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Para un viaje de dos días, es más bueno llevar solo equipaje de mano.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Para un viaje de dos días, es mejor llevar solo equipaje de mano.
    (Voor een reis van twee dagen is het beter om alleen handbagage mee te nemen.)
  2. Llegar tarde al aeropuerto es más malo que llegar con tiempo.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Llegar tarde al aeropuerto es peor que llegar con tiempo.
    (Te laat op de luchthaven aankomen is slechter dan op tijd aankomen.)
  3. Mi hermano es más viejo que yo, así que siempre organiza el viaje.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mi hermano es mayor que yo, así que siempre organiza el viaje.
    (Mijn broer is ouder dan ik, dus hij regelt altijd de reis.)
  4. Soy más joven que mis compañeros y no tengo tanta experiencia en el trabajo.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Soy menor que mis compañeros y no tengo tanta experiencia en el trabajo.
    (Ik ben jonger dan mijn collega’s en ik heb niet zoveel ervaring op het werk.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Bepaal per paar wat je meeneemt en vergelijk opties om comfortabel te reizen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Mañana viajas por trabajo y tienes que hacer la maleta rápido en casa.
(Morgen reis je voor je werk en je moet thuis snel je koffer pakken.)

Bespreek
  • ¿Qué es mejor: llevar una maleta o una mochila para este viaje? ¿Por qué? (Wat is beter: een koffer of een rugzak meenemen voor deze reis? Waarom?)
  • ¿Qué es peor en tu equipaje: llevar demasiada ropa o olvidar el cargador? Explica.」「Si viajas con una persona mayor o menor, ¿qué cambia en el equipaje?」「¿Qué es mejor deshacer primero al llegar: la ropa interior o el cargador? ¿Por qué? (Wat is het ergst voor je bagage: te veel kleding meenemen of de oplader vergeten? Leg uit.»«Als je met een ouder of jonger persoon reist, wat verandert er dan in de bagage?»«Wat is beter om als eerste uit te pakken bij aankomst: het ondergoed of de oplader? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • llevar el cargador en el bolso (de oplader in de tas meenemen)
  • llenar la maleta (de koffer vullen)
  • toalla para la persona mayor (handdoek voor de oudere persoon)

Gebruik in gesprek
  • mejor (beter)
  • peor (slechter)
  • mayor/menor (ouder/jonger)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage