Leer je de onregelmatige vergelijkingen in het Spaans zoals mejor (beter), peor (slechter), mayor (ouder/groter) en menor (jonger/kleiner) die zonder 'más' of 'menos' worden gebruikt om kwaliteiten, leeftijd of grootte te vergelijken.
- Mejor en peor vergelijken kwaliteit.
- Mayor en menor geven grootte of leeftijd aan.
- Ze hebben geen "más" en "menos" nodig vóór het bijvoeglijk naamwoord.
Adjetivo (Adjectief) | Comparativo (Vergelijkend) | Ejemplo (Voorbeeld) |
---|---|---|
Bien | Mejor | El servicio del hotel es mejor que antes. (De service van het hotel is beter dan vroeger.) |
Mal | Peor | Este desayuno es peor que el de ayer. (Dit ontbijt is slechter dan dat van gisteren.) |
Viejo | Mayor | Cuando estás mayor, podemos ir juntos de vacaciones. (Als je ouder bent, kunnen we samen op vakantie gaan.) |
Joven | Menor | Cuando eres menor, no puedes viajar solo. (Als je minderjarig bent, mag je niet alleen reizen.) |
Oefening 1: Los comparativos irregulares: Mejor, Peor, Mayor, Menor
Instructie: Vul het juiste woord in.
mayor, menor, mejor, peor
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Selecteer de juiste zin die de onregelmatige vergelijkingen correct gebruikt: beter, slechter, ouder, jonger. Onthoud dat er geen 'meer' of 'minder' voor het bijvoeglijk naamwoord staat, en dat 'beter' en 'slechter' kwaliteit vergelijken, terwijl 'ouder' en 'jonger' grootte of leeftijd aangeven.