Los comparativos irregulares son adjetivos que se utilizan para comparar cualidades como la calidad, el tamaño o la edad.

(De onregelmatige vergrotende trap zijn bijvoeglijke naamwoorden die worden gebruikt om eigenschappen te vergelijken, zoals kwaliteit, grootte of leeftijd.)

Wanneer gebruik je mejor/peor en wanneer mayor/menor?

  • mejor = beter (kwaliteit/resultaat)
  • peor = slechter (kwaliteit/resultaat)
  • mayor = ouder / groter (leeftijd of grootte)
  • menor = jonger / kleiner (leeftijd of grootte)

Handige check: gaat het om “hoe goed?” → mejor/peor. Gaat het om “hoe oud/hoe groot?” → mayor/menor.

De kernregel: géén más of menos

Deze woorden zijn al een vergelijking. Daarom zeg je:

  • mejor (niet: más mejor)
  • peor (niet: más peor)
  • mayor (niet: más mayor)
  • menor (niet: más menor)

Snelbouwsteen voor zinnen: … es + comparativo + que …

  1. Onderwerp + es
  2. + mejor / peor / mayor / menor
  3. + que + vergelijking
Correct Waarom?
El wifi aquí es mejor que en mi casa. Kwaliteit (beter).
Esta habitación es peor que la del año pasado. Kwaliteit (slechter).
Mi hermano es mayor que yo. Leeftijd (ouder).
Mi hija es menor que tu hijo. Leeftijd (jonger).

Veelgemaakte verwarring: mayor/menor zijn niet “beter/slechter”

  • mayor/menor zeggen niets over kwaliteit, alleen over leeftijd of grootte.
  • Voor “beter/slechter” gebruik je altijd mejor/peor.

Voorbeelden (met typische fouten):

  • ✅ Este candidato es mejor para el puesto. (geschikter/kwaliteit)
  • Este candidato es mayor para el puesto. (“ouder” ≠ “beter”)
  • ✅ Buscamos una sala mayor. (grotere ruimte)
  • Buscamos una sala mejor (kan, maar dan betekent het: “een betere zaal”, niet “groter”)

Zonder que: vergelijking met een algemene norm

Soms vergelijk je niet met “dan…”, maar met een situatie/verwachting. Dan ontbreekt que vaak.

  • El servicio es mejor este año. (beter dan voorheen/verwacht)
  • La conexión es peor hoy. (slechter dan normaal)
  • Necesitamos una mesa mayor. (een grotere tafel)

Mini-selfcheck (30 seconden)

  1. Wil ik “beter/slechter” zeggen? → mejor/peor
  2. Wil ik “ouder/jonger” of “groter/kleiner” zeggen? → mayor/menor
  3. Heb ik per ongeluk más gebruikt? → weghalen
  4. Vergelijk ik met iets concreets? → voeg que toe
  1. Mejor en peor vergelijken kwaliteit.
  2. Mayor en menor geven grootte of leeftijd aan.
  3. Ze hebben geen "más" en "menos" vóór het bijvoeglijk naamwoord nodig.
Adjetivo (Bijvoeglijk naamwoord)Comparativo (Vergrotende trap)Ejemplo (Voorbeeld)
Bien (Goed)Mejor (Beter)Si el viaje es corto, es mejor llevar solo equipaje de mano. (Als de reis kort is, is het beter om alleen handbagage mee te nemen.)
Mal (Slecht)Peor (Erger)Llevar demasiado equipaje es peor que llevar poco. (Te veel bagage meenemen is erger dan weinig meenemen.)
Viejo (Oud)Mayor (Ouder)Cuando estás mayor, podemos ir juntos de vacaciones. (Als je ouder bent, kunnen we samen op vakantie gaan.)
Joven (Jong)Menor (Jonger)Cuando eres menor, no puedes viajar solo. (Als je minderjarig bent, kun je niet alleen reizen.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. La habitación de este año es ____ que la del año pasado, porque ahora el desayuno está incluido.

De kamer van dit jaar is ____ dan die van vorig jaar, omdat het ontbijt nu inbegrepen is.)

2. Para un viaje de trabajo, este hostal es ____ que el hotel del centro, porque no tiene escritorio.

Voor een zakenreis is deze herberg ____ dan het hotel in het centrum, omdat er geen bureau is.)

3. Quiero una habitación doble para mí y para mi hija ____, y una individual para mi hijo ____.

Ik wil een tweepersoonskamer voor mij en mijn dochter ____, en een eenpersoonskamer voor mijn zoon ____.)

4. El bungalow 8 es ____ que el 3, pero el 3 tiene una vista ____ al mar.

Bungalow 8 is ____ dan nummer 3, maar nummer 3 heeft een ____ uitzicht op zee.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Selecteer de zin die correct gebruikmaakt van de onregelmatige vergelijkingen: beter, slechter, groter, kleiner. Denk eraan dat je geen 'meer' of 'minder' voor het bijvoeglijk naamwoord zet, en dat 'beter' en 'slechter' kwaliteit vergelijken, terwijl 'groter' en 'kleiner' grootte of leeftijd aangeven.

1.
'Slechter' drukt kwaliteit uit maar negatief; hier wordt bedoeld dat de dienstverlening beter is.
'Beter' is een onregelmatige vergrotende trap en krijgt geen 'meer' ervoor.
2.
Verkeerde woordvolgorde en onjuist gebruik van 'meer' vóór 'slechter'.
'Slechter' heeft geen 'meer' nodig ervoor; dat is een veelgemaakte fout.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met de juiste onregelmatige vergrotende trap (mejor, peor, mayor, menor). Gebruik niet “más” of “menos”.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. El servicio del restaurante es bueno este año.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El servicio del restaurante es mejor este año.
    (El servicio del restaurante es mejor este año.)
  2. La conexión a internet en este hotel es mala que en mi casa.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    La conexión a internet en este hotel es peor que en mi casa.
    (La conexión a internet en este hotel es peor que en mi casa.)
  3. Mi abuela es vieja que mi abuelo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mi abuela es mayor que mi abuelo.
    (Mi abuela es mayor que mi abuelo.)
  4. Su hijo es joven que mi hija.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Su hijo es menor que mi hija.
    (Su hijo es menor que mi hija.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vergelijk per twee drie verblijfsmogelijkheden en beslis welke te boeken.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Llamas a varios alojamientos para decidir cuál reservar para un viaje de trabajo.
(Je belt verschillende accommodaties om te beslissen welke je voor een zakenreis zult boeken.)

Bespreek
  • ¿Qué alojamiento es mejor para un viaje de trabajo y por qué? (Welke accommodatie is het beste voor een zakenreis en waarom?)
  • ¿En qué situación un hostal es peor opción que un hotel? Explica brevemente. (In welke situatie is een hostel een minder goede optie dan een hotel? Leg kort uit.)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • habitación individual / habitación doble (eenpersoonskamer / tweepersoonskamer)
  • cancelación gratuita (gratis annulering)
  • pensión completa / alojamiento y desayuno (volpension / logies en ontbijt)

Gebruik in gesprek
  • …es mejor que… (…is beter dan…)
  • …es peor que… (…is slechter dan…)
  • Para personas mayores/menores, es mejor… (Voor ouderen/jongeren is (het) beter om…)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage