Lessen

Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden: "Mío", "Tuyo", "Suyo", ...

Haal je boek

De bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden die achter het zelfstandig naamwoord staan, worden gebruikt om de relatie of het bezit te benadrukken.

Wanneer gebruik je mdo / tuyo / suyo (en niet mi / tu)?

In deze les gaat het om het benadrukte bezittelijk: mdo, tuyo, suyo, nuestro, vuestro.

  • Na het zelfstandig naamwoord als je de relatie extra wilt benadrukken: un amigo mdo (= een vriend van mij).
  • Als zelfstandig woord (pronombre posesivo): Este libro es mdo (= dit boek is van mij).
  • Niet om gewoon bezit aan te geven vf3f3r een woord: daarvoor gebruik je mi, tu, su, nuestro, vuestro: mi libro.

2 patronen die je moet herkennen

Functie Patroon Voorbeeld (Spaans) Betekenis (NL)
1) Achter het zelfstandig naamwoord (nadruk) naamwoord + mdo/tuyo/suyo... un compaf1ero medo een collega van mij
2) Zelfstandig (het woord vervangt het naamwoord) ser + mdo/tuyo/suyo... Este ejercicio es medo. Deze oefening is van mij.

Akkoord: je kijkt naar het zelfstandig naamwoord (niet naar de eigenaar)

De vorm (-o/-a/-os/-as) hangt af van het woord dat erbij hoort.

  • ge9nero: mannelijk of vrouwelijk
  • nfamero: enkelvoud of meervoud
Zelfstandig naamwoord Correct Waarom
la rutina (v, ev) la rutina meda / la rutina nuestra v + enkelvoud
los ejercicios (m, mv) los ejercicios tuyos m + meervoud
las pesas (v, mv) las pesas suyas v + meervoud

Woordvolgorde: hier gaat het vaak mis

  • Benadrukt bezit: achter het zelfstandig naamwoord.

Goed: Entreno con unas amigas suyas.

Fout: Entreno con unas suyas amigas.

Let op met "suyo": vaak dubbelzinnig

suyo/suya/suyos/suyas kan betekenen: van hem, van haar, van u (formeel), van hen.

  • Als het onduidelijk is, verduidelijk met de e9l / de ella / de usted / de ellos.

Ej.: Es un amigo suyo a0bb als dat onduidelijk is: un amigo de ella.

Niet verwarren: pronombre posesivo vs. adjetivo posesivo

  • Adjetivo posesivo staat bij een naamwoord: mi camiseta (mijn T-shirt).
  • Pronombre posesivo vervangt het naamwoord en krijgt vaak een lidwoord: la meda (de mijne).

Voorbeeld:

Mi camiseta es roja, pero la tuya es azul.

Snelle zelfcheck (2 stappen)

  1. Wil ik nadruk of staat het woord los? bb dan vaak medo/tuyo/suyo...
  2. Welk zelfstandig naamwoord hoort erbij? bb kies -o/-a/-os/-as op basis van geslacht + aantal.

Mini-test: “unas pesas ___” bb tuyas (pesas = vrouwelijk meervoud).

  1. De bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden komen overeen in geslacht en getal met het zelfstandig naamwoord.
Pronombre (Voornaamwoord)Masculino (Mannelijk)Femenino (Vrouwelijk)
YoMío  / Míos Mía / Mías
Tuyo  / Tuyos  Tuya / Tuyas
Él / EllaSuyo  / SuyosSuya / Suyas
Nosotros/asNuestro  / Nuestros Nuestra / Nuestras
Vosotros/asVuestro / Vuestros  Vuestra / Vuestras
Ellos / EllasSuyo  / SuyosSuya / Suyas

Uitzonderingen!

  1. Let op dat je de bezittelijke voornaamwoorden, zoals la mía (die het zelfstandig naamwoord vervangen: "Mi camisa es roja, pero la tuya es azul"), niet verwart met de bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis ES

Audio voorbereiden…

ES + NL

Audio voorbereiden…

1. Este ejercicio es ___, pero puedes hacerlo tú también. Este ejercicio es mío, pero puedes hacerlo tú también.

Deze oefening is ___, maar jij kunt hem ook doen.

2. ¿Son ___ estas pesas o son del gimnasio? ¿Son tuyas estas pesas o son del gimnasio?

Zijn deze gewichten ___ of zijn ze van de sportschool?

3. Marta entrena con unas amigas ___ después del trabajo. Marta entrena con unas amigas suyas después del trabajo.

Marta traint met een paar vriendinnen ___ na het werk.

4. Para la clase de yoga, necesitamos ___ esterilla y vuestra toalla. Para la clase de yoga, necesitamos vuestra esterilla y vuestra toalla.

Voor de yogales hebben we ___ yogamat en jullie handdoek nodig.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door het bezittelijk bijvoeglijk naamwoord achter het zelfstandig naamwoord te plaatsen (mío, tuyo, suyo, nuestro, vuestro, suyo) om de relatie te benadrukken; voorbeeld: “mi entrenador” → “el entrenador mío”.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen
  1. Mi entrenador es muy paciente.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El entrenador mío es muy paciente.
    (De trainer van mij is erg geduldig.)
  2. ¿Tu clase de yoga es por la mañana o por la tarde?
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    ¿La clase tuya de yoga es por la mañana o por la tarde?
    (Is de yogales van jou ’s ochtends of ’s middags?)
  3. Su rutina de ejercicios es muy corta.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La rutina suya de ejercicios es muy corta.
    (De sportroutine van hem/haar is erg kort.)
  4. (unos) Vamos al gimnasio con nuestros compañeros del trabajo.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Vamos al gimnasio con unos compañeros nuestros del trabajo.
    (We gaan met enkele collega’s van ons van het werk naar de sportschool.)

Spaans A2 leren elementair: Een stap voor stap cursus van A1 naar A2

ISBN 979-13-88253-32-4

Deze app ondersteunt dit boek.

Amazon.nl

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage