Los adjetivos posesivos detrás del sustantivo se usan para enfatizar la relación o propiedad.

(De bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden achter het zelfstandig naamwoord worden gebruikt om de relatie of het bezit te benadrukken.)

1. Wat zijn deze ‘lange’ bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden?

  • In het Spaans bestaan er twee soorten bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden:
    • Kort (voor het zelfstandig naamwoord): mi, tu, su, nuestro, vuestro, su
    • Lang (na het zelfstandig naamwoord): mío, tuyo, suyo, nuestro, vuestro, suyo
  • In dit onderdeel gaat het om de lange vormen die je in de tabel ziet: mío/mía/míos/mías enzovoort.
  • Ze betekenen hetzelfde als de korte vormen, maar ze geven vaak extra nadruk of klinken wat persoonlijker.

Vergelijk:

  • mi amiga = mijn vriendin (neutraal)
  • una amiga mía = een vriendin van mij (persoonlijker / benadrukt dat zij bij “mij” hoort)

2. Waar let je altijd op? (Overzichtsregels)

  • Plaats: altijd het zelfstandig naamwoord.
    • una amiga mía, unos compañeros tuyos
    • una mía amiga (fout)
  • Overeenkomst: het bezittelijk bijvoeglijk naamwoord past zich aan aan het ding/de persoon waar het bij hoort (het zelfstandig naamwoord), niet aan de bezitter.
  • Ik-vorm:
    • mannelijk enkelvoud: mío
    • vrouwelijk enkelvoud: mía
    • mannelijk meervoud: míos
    • vrouwelijk meervoud: mías
  • 3e persoon (hij/zij/zij meervoud): altijd suyo/suya/suyos/suyas.
    • Dezelfde vormen voor él, ella, ellos, ellas, usted, ustedes.

3. Schema: hoe kies je de juiste vorm?

Bezitter Zelfstandig naamwoord Vorm Voorbeeld
yo mannelijk, enk. mío un hermano mío
yo vrouwelijk, enk. mía una amiga mía
yo mannelijk, mv. míos unos compañeros míos
yo vrouwelijk, mv. mías unas primas mías
mannelijk, enk./mv. tuyo / tuyos un amigo tuyo, unos amigos tuyos
vrouwelijk, enk./mv. tuya / tuyas una camiseta tuya, unas ideas tuyas
él / ella / ellos / ellas
usted / ustedes
mannelijk of vrouwelijk,
enk. of mv.
suyo / suya / suyos / suyas un amigo suyo, unas compañeras suyas
nosotros/as mannelijk, enk./mv. nuestro / nuestros un plan nuestro, unos planes nuestros
nosotros/as vrouwelijk, enk./mv. nuestra / nuestras una meta nuestra, unas metas nuestras
vosotros/as mannelijk, enk./mv. vuestro / vuestros un entrenador vuestro, unos amigos vuestros
vosotros/as vrouwelijk, enk./mv. vuestra / vuestras una idea vuestra, unas amigas vuestras

4. Plaats in de zin: altijd na het zelfstandig naamwoord

Basisregel: eerst het zelfstandig naamwoord, dan de bezitter.

  • una amiga mía (goed)
    • una mía amiga (fout)
  • unos compañeros tuyos (goed)
    • unos tuyos compañeros (fout)
  • unas metas nuestras (goed)
    • nuestras metas → dit is de korte vorm (ook goed Spaans, maar een andere structuur)

Let op: de lange vorm komt nooit direct vóór het zelfstandig naamwoord.

5. Overeenkomst: met wíe of wat komt het overeen?

Heel belangrijk: het bezittelijk bijvoeglijk naamwoord komt niet overeen met de persoon, maar met het bezitte (het zelfstandig naamwoord).

  • una amiga mía
    • amiga = vrouwelijk, enkelvoud → mía
  • unos amigos míos
    • amigos = mannelijk, meervoud → míos
  • unas clases tuyas
    • clases = vrouwelijk, meervoud → tuyas

Zelfcheck: vraag jezelf bij elke zin:

  1. Wat is het zelfstandig naamwoord? (amiga, amigos, clases…)
  2. Is het mannelijk of vrouwelijk?
  3. Is het enkelvoud of meervoud?
  4. Kies daarna de juiste uitgang: -o / -a / -os / -as.

6. Nadruk en betekenis: wanneer kies je voor de lange vorm?

In veel situaties kun je zowel de korte als de lange vorm gebruiken. De lange vorm heeft vaak één van deze functies:

  • Nadruk op de relatie
    • Voy al gimnasio con mi amiga. → neutraal
    • Voy al gimnasio con una amiga mía. → het gaat er meer om dat zij “één van mijn vriendinnen” is.
  • Je bedoelt: “één van mijn …”
    • un amigo mío = een vriend van mij (niet mijn enige vriend)
    • unos compañeros tuyos = een paar collega’s van jou
  • Vergelijking met anderen
    • ¿Son estos planes tuyos o del entrenador?
    • Las pesas tuyas son más pesadas que las suyas.

7. Niet verwarren met het zelfstandige bezittelijk voornaamwoord

Dezelfde vormen (mío, tuyo, suyo, …) kunnen ook zelfstandig gebruikt worden, dus zonder zelfstandig naamwoord. Dan zijn het bezittelijke voornaamwoorden en geen bijvoeglijke naamwoorden meer.

  • Met zelfstandig naamwoord → bijvoeglijk
    • las pesas tuyas = jouw gewichten
  • Zonder zelfstandig naamwoord → voornaamwoord
    • las mías = de mijne

In dit hoofdstuk oefen je vooral de bijvoeglijke vormen: er staat dus altijd een zelfstandig naamwoord vóór:

  • una amiga mía
  • unos planes vuestros
  • unos vecinos suyos

8. Typische fouten van Nederlandstalige leerders

  • Fout 1: de vorm vóór het zelfstandig naamwoord zetten
    • un mío amigoun amigo mío
    • tuyos ejerciciosejercicios tuyos
  • Fout 2: geen goede overeenkomst in enkelvoud/meervoud
    • unos compañeros suyounos compañeros suyos
    • unas amigas nuestrounas amigas nuestras
  • Fout 3: “su” en “suyo” verwarren
    • su amigo (kort, vóór het znw)
    • un amigo suyo (lang, ná het znw)

9. Stappenplan: zo controleer je je eigen zinnen

  1. Vind het zelfstandig naamwoord
    amiga, compañeros, metas, entrenador…
  2. Bepaal geslacht en getal
    mannelijk/vrouwelijk, enkelvoud/meervoud.
  3. Kies de bezitter
    yo, tú, él/ella, nosotros, vosotros, ellos.
  4. Kies de juiste vorm
    eindig op -o, -a, -os, -as volgens het zelfstandig naamwoord.
  5. Zet de woorden in de juiste volgorde
    eerst het zelfstandig naamwoord, dan de bezitter:
    un compañero mío, unas amigas tuyas, unos hijos suyos.
  6. Lees hardop
    Klinkt het als “een X van mij/jou/hem/haar/ons/jullie/hen”? Dan zit je goed.

10. Wat moet je nu echt kunnen?

  • Je weet dat de lange vormen het zelfstandig naamwoord staan.
  • Je kunt de juiste vorm kiezen op basis van geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord.
  • Je herkent dat mío, tuyo, suyo… soms bijvoeglijk zijn (las pesas tuyas) en soms voornaamwoordelijk (las mías).
  • Je kunt in gesprekken zelf zinnen maken als:
    • Entreno con un amigo mío.
    • Es una idea tuya.
    • Son unos objetivos nuestros.
    • Ella viene con unas compañeras suyas.

Als je deze punten vlot kunt toepassen, ben je klaar om de vormen actief te gebruiken in gesprekken.

  1. De bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden komen overeen met het geslacht en het getal van het zelfstandig naamwoord.
  2. Deze bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden staan achter het zelfstandig naamwoord.
Pronombre (Voornaamwoord)Adjetivo posesivo (Bezittelijk bijvoeglijk naamwoord)Ejemplo (Voorbeeld)
YoMío / mía / míos / míasVoy a llevar una vida sana con una amiga mía. (Ik ga een gezond leven leiden met een vriendin van mij.)
Tuyo / tuya / tuyos / tuyas¿Ese es un compañero tuyo del gimnasio? (Is dat een sportmaat van jou van de sportschool?)
Él / EllaSuyo / suya / suyos / suyasEntrena con unos amigos suyos. (Hij/Zij traint met een paar vrienden van hem/haar.)
Nosotros/asNuestro / nuestra / nuestros / nuestrasVamos al entrenamiento con unos primos nuestros. (Wij gaan naar de training met een paar neven van ons.)
Vosotros/asVuestro / vuestra / vuestros / vuestras¿Son unos ejercicios vuestros o del instructor? (Zijn het jullie oefeningen of die van de instructeur?)
Ellos / EllasSuyo / suya / suyos / suyasPractican yoga con unas compañeras suyas. (Zij doen aan yoga met een paar collega’s van hen.)

Uitzonderingen!

  1. Voor de derde persoon enkelvoud en meervoud wordt hetzelfde bijvoeglijk naamwoord gebruikt.
  2. Let op dat je ze niet verwart met de bezittelijke voornaamwoorden, zoals la mía, die het zelfstandig naamwoord vervangen. Voorbeeld: Las pesas tuyas (bijvoeglijk naamwoord) son más pesadas que las mías (voornaamwoord). Het bezittelijk bijvoeglijk naamwoord begeleidt daarentegen altijd het zelfstandig naamwoord.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. ¿Estas pesas son ___ o son de tu compañero?

Zijn deze halters ___ of van je maat?)

2. Voy a la piscina con unas compañeras ___ del trabajo para nadar después de la oficina.

Ik ga naar het zwembad met een paar collega’s ___ van het werk om na kantooruren te gaan zwemmen.)

3. Quiero combinar mi plan de entrenamiento con unos ejercicios ___ de fuerza que he visto en vuestra web.

Ik wil mijn trainingsschema combineren met een aantal van ___ krachtoefeningen die ik op jullie website heb gezien.)

4. Él siempre entrena con un hermano ___, pero hoy está solo y parece más cansado.

Hij traint altijd met een broer ___, maar vandaag is hij alleen en lijkt hij vermoeider.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin die het bezittelijk voornaamwoord correct gebruikt ná het zelfstandig naamwoord om bezit te benadrukken, volgens de aangegeven regels.

1.
Het komt niet overeen in getal: "schoenen" is meervoud en "mijn" staat in enkelvoud.
Het bezittelijk voornaamwoord moet ná het zelfstandig naamwoord geplaatst worden, niet ervoor.
2.
Het bezittelijk voornaamwoord moet ná het zelfstandig naamwoord geplaatst worden, niet ervoor.
"Jouw" komt niet overeen in geslacht met "shirt", dat mannelijk is.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door het korte bezittelijk voornaamwoord (mi, tu, su, nuestro, vuestro) te vervangen door het overeenkomstige lange bezittelijk voornaamwoord achter het zelfstandig naamwoord (mío/mía/míos/mías, tuyo/tuya/tuyos/tuyas, suyo/suya/suyos/suyas, nuestro/nuestra/nuestros/nuestras, vuestro/vuestra/vuestros/vuestras). Pas geslacht en getal waar nodig aan.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Voy al gimnasio con mi amiga Ana.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Voy al gimnasio con una amiga mía, Ana.
    (Voy al gimnasio con una amiga mía, Ana.)
  2. ¿Ese es tu entrenador del gimnasio?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    ¿Ese es un entrenador tuyo del gimnasio?
    (¿Ese es un entrenador tuyo del gimnasio?)
  3. Entrenamos con nuestros compañeros de oficina.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Entrenamos con unos compañeros nuestros de la oficina.
    (Entrenamos con unos compañeros nuestros de la oficina.)
  4. Ellos siempre hacen ejercicio con sus hijos.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ellos siempre hacen ejercicio con unos hijos suyos.
    (Ellos siempre hacen ejercicio con unos hijos suyos.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Praat in tweetallen en vergelijk jullie routines en jullie spullen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En el gimnasio nuevo comparas tu rutina y material con un compañero.
(In de nieuwe sportschool vergelijk je jouw routine en materiaal met die van een maat.)

Bespreek
  • ¿Qué parte de tu rutina es idea tuya y qué parte es de un amigo? (Welk deel van jouw routine is van jou en welk deel is van een vriend?)
  • Compara el material: ¿las pesas tuyas son más pesadas que las suyas? ¿Por qué? (puede ser esterilla, zapatillas) (Vergelijk het materiaal: zijn jouw gewichten zwaarder dan die van hem/haar? Waarom? (bijv. een yogamat of sportschoenen))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Una meta mía es llevar una vida sana. (Een doel van mij is een gezond leven leiden.)
  • Entreno con un primo mío en la piscina y hago estiramientos. (Ik train met een neef van mij in het zwembad en doe rekoefeningen.)
  • Los ejercicios tuyos son duros; después estoy cansado pero relajado. (Jouw oefeningen zijn zwaar; daarna ben ik moe maar ontspannen.)

Gebruik in gesprek
  • un amigo mío / una compañera tuya (een vriend van mij / een vriendin van jou)
  • las pesas tuyas / los ejercicios suyos (jouw gewichten / zijn/haar oefeningen)
  • unas metas nuestras / unos hábitos suyos (onze doelen / zijn/haar gewoonten)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage