Ejercicio: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. Mira la imagen y imagina que estás en una reunión. Utiliza las frases para expresar acuerdo o desacuerdo con el orador. (Bekijk de afbeelding en stel je voor dat je in een vergadering zit. Gebruik de zinnen om instemming of tegenwerping met de spreker uit te drukken.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Estoy de acuerdo con tu punto sobre el presupuesto.

Ik ben het met je punt over het budget eens.

No estoy de acuerdo; creo que deberíamos asignar más recursos al marketing.

Ik ben het er niet mee eens; ik denk dat we meer middelen aan marketing moeten toewijzen.

¿Puedes explicar esa idea otra vez? No la entiendo del todo.

Kun je die gedachte nog eens uitleggen? Ik begrijp het niet helemaal.

Creo que deberíamos programar otra reunión para discutir esto.

Ik denk dat we een nieuwe vergadering moeten plannen om dit te bespreken.

Parece una buena propuesta; sigamos adelante con ella.

Dat klinkt als een goed voorstel; laten we ermee doorgaan.

No estoy seguro de eso, pero entiendo por dónde vienes.

Ik weet het niet zeker, maar ik begrijp wel waar je vandaan komt.

No creo que ese enfoque funcione, ya que no es realista.

Ik denk niet dat die aanpak zal werken, omdat het niet realistisch is.

¿Podrías aclarar tu posición sobre ese punto? No estoy seguro de entender.

Kunt u uw standpunt over dat punt verduidelijken? Ik volg het niet helemaal.

...