1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (15)

El depósito

El depósito Show

De borg Show

La gasolina

La gasolina Show

De benzine Show

La furgoneta

La furgoneta Show

De bestelwagen Show

La moto

La moto Show

De motorfiets Show

La rueda

La rueda Show

Het wiel Show

El carné de conducir

El carné de conducir Show

Het rijbewijs Show

La devolución

La devolución Show

De teruggave Show

Alquilado

Alquilado Show

Verhuurd Show

Cancelado

Cancelado Show

Geannuleerd Show

Confirmado

Confirmado Show

Bevestigd Show

Demasiado

Demasiado Show

Te veel Show

Roto

Roto Show

Kapot Show

Rentar

Rentar Show

Huren Show

Llamar a la asistencia

Llamar a la asistencia Show

De pechhulp bellen Show

Revisar

Revisar Show

Controleren Show

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Normas para alquilar un coche de empresa en Granada

Woorden om te gebruiken: llamar, roto, carné, devolución, gasolina, ruedas, alquiler, furgoneta, depósito, revisar

(Regels voor het huren van een bedrijfsauto in Granada)

Nuestra empresa tiene un convenio con una agencia de de vehículos en Granada. Para reservar un coche o una , los empleados deben entrar en la intranet y completar el formulario de viaje. Es obligatorio tener el de conducir en vigor y una tarjeta de crédito para el . El precio incluye seguro básico, pero la no está incluida.

Antes de recoger el vehículo, el empleado debe si hay algún daño en la carrocería o en las y hacer fotos. Si el coche está durante el viaje, hay que a la asistencia de la agencia. La del vehículo se hace siempre en la oficina central, antes de las 20:00. Si el coche llega muy sucio o con mucha gasolina gastada, la empresa puede cobrar un extra al empleado.
Ons bedrijf heeft een overeenkomst met een autoverhuurbedrijf in Granada. Om een auto of een bestelwagen te reserveren, moeten werknemers inloggen op het intranet en het reisformulier invullen. Het is verplicht een geldig rijbewijs te hebben en een creditcard voor de borg. De prijs is inclusief basisverzekering, maar de brandstof is niet inbegrepen.

Voordat het voertuig wordt opgehaald, moet de werknemer controleren of er schade aan de carrosserie of aan de banden is en foto’s maken. Als de auto tijdens de reis stukgaat, moet de hulpdienst van het verhuurbedrijf worden gebeld. Het voertuig moet altijd bij het hoofdkantoor worden teruggebracht, vóór 20:00. Als de auto erg vuil is of veel brandstof heeft verbruikt, kan het bedrijf een toeslag aan de werknemer in rekening brengen.

  1. ¿Qué requisitos son necesarios para poder reservar un vehículo según el texto?

    (Welke vereisten zijn nodig om volgens de tekst een voertuig te kunnen reserveren?)

  2. ¿Qué debe hacer el empleado antes de recoger el vehículo?

    (Wat moet de werknemer doen voordat hij/zij het voertuig ophaalt?)

  3. ¿Qué pasa si el coche se rompe durante el viaje?

    (Wat gebeurt er als de auto tijdens de reis kapot gaat?)

  4. En tu trabajo o vida personal, ¿prefieres alquilar coche, moto o bici? Explica por qué.

    (Huur je in je werk of privé liever een auto, een motor of een fiets? Leg uit waarom.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Para alquilar la furgoneta, ______ muchos documentos y estoy muy nervioso.

(Om de bestelwagen te huren, ______ veel documenten nodig en ik ben erg zenuwachtig.)

2. La empresa ______ mucha información porque es muy importante para el seguro del coche.

(Het bedrijf ______ veel informatie omdat dat heel belangrijk is voor de autoverzekering.)

3. Nosotros ______ mucho tiempo para revisar el contrato porque es muy largo.

(Wij ______ veel tijd om het contract te controleren omdat het erg lang is.)

4. Los clientes ______ mucha gasolina porque la moto es muy rápida y hacen muchos kilómetros.

(De klanten ______ veel benzine omdat de motor erg snel is en ze veel kilometers rijden.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Estás en una oficina de alquiler de coches en Madrid. Quieres un coche para ir a una reunión de trabajo mañana. Pregunta por el coche automático y por **el carnet de conducir** que necesitas mostrar. (Usa: el carnet de conducir, necesitar, mañana por la mañana)

(Je bent in een autoverhuurkantoor in Madrid. Je wilt een auto voor een zakelijke afspraak morgen. Vraag naar de automatische auto en naar **het rijbewijs** dat je moet laten zien. (Gebruik: el carnet de conducir, necesitar, mañana por la mañana))

Para alquilar el coche  

(Om de auto te huren...)

Voorbeeld:

Para alquilar el coche necesito el carnet de conducir y también mi tarjeta de crédito, porque recojo el coche mañana por la mañana.

(Om de auto te huren heb ik het rijbewijs nodig en ook mijn creditcard, omdat ik de auto morgen in de ochtend kom ophalen.)

2. Llamas a una empresa de motos de alquiler, porque quieres una moto pequeña para moverte por la ciudad el fin de semana. Explica qué tipo de **la moto** quieres y para qué la usas. (Usa: la moto, pequeña, por la ciudad)

(Je belt een bedrijf dat motors verhuurt omdat je een kleine motor wilt om je in het weekend door de stad te verplaatsen. Leg uit welk type **motor** je wilt en waarvoor je die gebruikt. (Gebruik: la moto, pequeña, por la ciudad))

Quiero la moto  

(Ik wil de motor...)

Voorbeeld:

Quiero la moto más pequeña que tengan, porque sólo la uso para moverme por la ciudad el fin de semana.

(Ik wil de kleinste motor die ze hebben, omdat ik hem alleen gebruik om me in het weekend door de stad te verplaatsen.)

3. Estás en la gasolinera con un coche alquilado. No sabes qué gasolina poner y llamas a la empresa de alquiler para preguntar. Explica que el coche es **alquilado** y pide ayuda. (Usa: alquilado, la gasolina, no estar seguro/a)

(Je bent bij het tankstation met een gehuurde auto. Je weet niet welke benzine je moet tanken en belt het verhuurbedrijf om hulp te vragen. Leg uit dat de auto **gehuurd** is en vraag om hulp. (Gebruik: alquilado, la gasolina, no estar seguro/a))

El coche está  

(De auto is...)

Voorbeeld:

El coche está alquilado y no estoy seguro de qué gasolina usar, por eso llamo para preguntar antes de llenar el depósito.

(De auto is gehuurd en ik weet niet zeker welke benzine ik moet gebruiken, daarom bel ik om te vragen voordat ik de tank volgooi.)

4. Vas a devolver una furgoneta de trabajo a la empresa de alquiler. Una **rueda** está un poco rota y quieres explicarlo y decir qué pasó. (Usa: la rueda, un poco rota, la devolución)

(Je gaat een bestelwagen voor werk terugbrengen naar het verhuurbedrijf. Een **wiel** is een beetje kapot en je wilt dat uitleggen en zeggen wat er gebeurd is. (Gebruik: la rueda, un poco rota, la devolución))

Durante la devolución  

(Tijdens de teruggave...)

Voorbeeld:

Durante la devolución explico que la rueda está un poco rota porque pasé por un bache muy grande en la autopista y la furgoneta hizo un ruido raro.

(Tijdens de teruggave leg ik uit dat het wiel een beetje kapot is omdat ik over een grote kuil op de snelweg reed en de bestelwagen een vreemd geluid maakte.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf ongeveer 6 à 8 regels om uit te leggen hoe je normaal gesproken een auto, een motor of een fiets reserveert en gebruikt wanneer je reist voor werk of vakantie.

Nuttige uitdrukkingen:

Normalmente reservo el vehículo cuando… / Para alquilar un coche necesito… / Prefiero este tipo de transporte porque… / Cuando termino el viaje, devuelvo el vehículo en…

Ejercicio 6: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. Describe la situación en cada imagen. (Beschrijf de situatie op elke afbeelding.)
  2. Simula una conversación entre la empresa de alquiler de coches y el cliente. (Simuleer een gesprek tussen het autoverhuurbedrijf en de klant.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

¿Puedes reservar el coche en línea?

Kun je de auto online reserveren?

¿Me puedes dar tu carné de conducir?

Kunt u mij uw rijbewijs geven?

El coche está averiado.

De auto is kapot.

Me gustaría alquilar un coche.

Ik wil graag een auto huren.

¿Cuándo hay que devolver el coche?

Wanneer moet de auto worden teruggebracht?

¿Hay servicio de asistencia en carretera?

Is er pechhulp?

¿Cuánto es la fianza?

Hoeveel is de borg?

...