Ejercicio: Gespreksoefening

  1. ¿Cuánto tiempo llevas trabajando y cuándo te jubilarás? (Hoe lang werk je al en wanneer ga je met pensioen?)
  2. ¿Qué actividades seguirás haciendo cuando te jubiles? (Welke activiteiten blijf je doen als je met pensioen bent?)
  3. ¿Qué cambios harás cuando te jubiles? ¿Cómo utilizarás tu tiempo libre? (Welke veranderingen ga je maken als je met pensioen gaat? Hoe ga je je vrije tijd besteden?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten