"Que" se usa en oraciones relativas para dar más información sobre el sustantivo.
(
- De betrekkelijke bijzin met "que" staat altijd direct achter het zelfstandig naamwoord waarnaar hij verwijst.
- "Que" verwijst naar dingen of naar mensen.
- Hij wordt gevormd met: zelfstandig naamwoord + "que" + werkwoord + bijzin.
| Sustantivo (Zelfstandig naamwoord) | Sustantivo = que relativo (Zelfstandig naamwoord = betrekkelijk voornaamwoord que) | Ejemplo (Voorbeeld) |
|---|---|---|
| La merienda (Het tussendoortje) | Que + verbo + oración subordinada | La merienda que comí en el restaurante fue saludable. (Het tussendoortje dat ik in het restaurant at, was gezond.) |
| El refresco (De frisdrank) | Que + verbo + oración subordinada | El refresco que bebimos ayer estuvo bien. (De frisdrank die we gisteren dronken was oké.) |
| El menú (Het menu) | Que + verbo + oración subordinada | El menú que queremos tiene verduras. (Het menu dat we willen, bevat groenten.) |
| Mi amiga (Mijn vriendin) | Que + verbo + oración subordinada | Mi amiga, que me ha recomendado esta dieta también, me ha mostrado unos ejercicios. (Mijn vriendin, die mij dit dieet ook heeft aanbevolen, heeft mij een paar oefeningen laten zien.) |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. La dieta ___ te recomiendo tiene muchas verduras y poco azúcar.
Het dieet ___ ik je aanbeveel bevat veel groenten en weinig suiker.)2. La merienda ___ preparo para la oficina es un yogur con cereales y fruta.
Het tussendoortje ___ ik voor op kantoor maak is een yoghurt met granen en fruit.)3. El menú semanal ___ necesito debe ser equilibrado porque trabajo muchas horas sentado.
Het weekmenu ___ ik nodig heb moet uitgebalanceerd zijn omdat ik veel uren zittend werk.)4. Mi amiga, ___ es vegetariana, siempre lleva arroz y verduras al trabajo.
Mijn vriendin, ___ vegetariër is, neemt altijd rijst en groenten mee naar haar werk.)Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Selecteer de juiste zin waarin het betrekkelijke voornaamwoord 'que' correct wordt gebruikt om meer informatie te geven over het zelfstandig naamwoord, en voorkom veelvoorkomende fouten in het gebruik.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Verbind de twee zinnen en schrijf ze als één zin herschreven met een bijzin met «que».
-
Como una merienda. La merienda es muy ligera.⇒ _______________________________________________ ExampleLa merienda que como es muy ligera.(De snack die ik eet is heel licht.)
-
Bebemos un refresco. El refresco no tiene azúcar.⇒ _______________________________________________ ExampleEl refresco que bebemos no tiene azúcar.(De frisdrank die we drinken bevat geen suiker.)
-
Busco un menú. El menú tiene muchas verduras.⇒ _______________________________________________ ExampleBusco un menú que tiene muchas verduras.(Ik zoek een menu dat veel groenten bevat.)
-
Tengo una amiga. Mi amiga trabaja como dietista.⇒ _______________________________________________ ExampleTengo una amiga que trabaja como dietista.(Ik heb een vriendin die als diëtiste werkt.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: In tweetallen beschrijf een gezond menu of een gezonde snack die jullie lekker vinden.
- Describe la merienda que sueles tomar cuando trabajas hasta tarde. (Beschrijf het tussendoortje dat je meestal neemt wanneer je laat doorwerkt.)
- Habla de un plato típico que comes a menudo y por qué te parece sano; menciona ingredientes y bebidas que acompañan ese plato usando oraciones con que para añadir detalles sobre la comida o la persona que te la recomendó. (Vertel over een typisch gerecht dat je vaak eet en waarom je het gezond vindt; noem ingrediënten en bijpassende dranken en gebruik zinnen met que om details over het eten of over de persoon die het je aanraadde toe te voegen.)
- La merienda que tomo en la oficina es equilibrada. (Het tussendoortje dat ik op kantoor neem is uitgebalanceerd.)
- El menú semanal que sigo tiene arroz, atún y lechuga. (Het weekmenu dat ik volg bevat rijst, tonijn en sla.)
- El refresco que bebo es zumo de naranja sin azúcar. (Het drankje dat ik drink is sinaasappelsap zonder suiker.)
- sustantivo + que + verbo (zelfstandig naamwoord + que + werkwoord)
- personas que + verbo (personen que + werkwoord)