Het betrekkelijk voornaamwoord "que"

El relativo "que"


"Que" se usa en oraciones relativas para dar más información sobre el sustantivo.

( "Que" wordt gebruikt in betrekkelijke zinnen om meer informatie te geven over het zelfstandig naamwoord.)

Que: de veilige standaard (personen én dingen)

  • Gebruik “que” om extra info te geven over iets dat je net noemt (persoon of zaak).
  • Denk aan Nederlands: die/dat.
Waarover gaat het? Meest normale keuze Voorbeeld
ding / product / eten que

El zumo que voy a comprar no tiene azúcar.

persoon (informele, gewone zin) que

La persona que me recomendó este restaurante tiene buen gusto.

Let op: in het Spaans is “que” veel vaker dan “quien”. Als je twijfelt: kies “que”.

Quien/quienes: alleen voor personen (en meestal niet ‘zomaar’)

  • Quien = 1 persoon. Quienes = meerdere personen.
  • Gebruik vooral in deze twee situaties:
  1. Na een voorzetsel (a, con, de, para, …):

    La nutricionista con quien trabajo es muy práctica.

    Los colegas a quienes veo hoy quieren comer sano.

  2. Wat formeler / losser van de zin (vaak met komma’s):

    Mi jefe, quien siempre llega temprano, trae fruta.

Valkuil: niet gebruiken voor dingen.

El menú quien me recomendó la nutricionista…El menú que…

Cuyo/cuya/cuyos/cuyas: ‘van wie/waarvan’ + bezit (met strikte vorm)

  • Cuyo betekent: “van wie/waarvan” en drukt bezit uit.
  • Het staat altijd vóór een zelfstandig naamwoord (het “bezitte” ding).
  • Het past zich aan aan dat zelfstandig naamwoord (niet aan de eigenaar!).
Bezitte woord Vorm Voorbeeld
mannelijk enkelvoud cuyo

Es un chef cuyo equipo trabaja muy rápido.

vrouwelijk enkelvoud cuya

Tengo una amiga cuya madre es dietista.

mannelijk meervoud cuyos

Es una empresa cuyos menús son muy sanos.

vrouwelijk meervoud cuyas

Conozco un restaurante cuyas recetas son famosas.

Valkuil: “cuyo” kan niet direct vóór een werkwoord staan.

El menú cuyo me recomendó la nutricionista… (hier ontbreekt een zelfstandig naamwoord na “cuyo”).

Wel goed: El menú cuyo plan me recomendó la nutricionista… (maar dit klinkt vaak omslachtig; meestal kies je gewoon que.)

Snelle keuzehulp (zelfcheck in 10 seconden)

  1. Gaat het over een ding? → bijna altijd que.

  2. Gaat het over een persoon?

    • Gewone beschrijving: → que
    • Na een voorzetsel (con/de/a/para…): → quien/quienes
  3. Wil je bezit zeggen (“van wie/waarvan”)?

    • Staat er direct daarna een zelfstandig naamwoord? → cuyo/cuya/cuyos/cuyas

Typische fouten die je nu kunt vermijden

  • Quien voor dingen:

    El arroz quien comimos ayer… → El arroz que comimos ayer…

  • Cuyo zonder zelfstandig naamwoord:

    Busco un snack cuyo no tenga mucho azúcar.

    → Busco un snack que no tenga mucho azúcar.

    → of (bezit): Busco un snack cuyo envase no tenga mucho azúcar (minder logisch, maar grammaticaal correct).

  • Te letterlijk vertalen met “die/dat + zijn”:

    El plato que es de pollo…El plato de pollo… / El plato con pollo…

Wat je hiermee leert (kort en praktisch)

  • Que = standaard verbindingswoord om extra info toe te voegen.
  • Quien/quienes = personen, vooral na een voorzetsel.
  • Cuyo… = bezit, met strikte vorm: meteen gevolgd door een zelfstandig naamwoord + congruentie.
  1. Quien wordt gebruikt om naar personen te verwijzen.
  2. Cuyo geeft bezit aan.
Pronombre RelativoEjemplo
QueEl arroz que cociné estaba perfecto. (De rijst die ik heb gekookt was perfect.)
Quien / QuienesLa persona quien me recomendó este restaurante tiene buen gusto. (De persoon die mij dit restaurant heeft aanbevolen heeft goede smaak.)

Cuyo / Cuya

Cuyos / Cuyas

Es un cocinero cuyas recetas son famosas. (Hij is een kok wiens recepten beroemd zijn.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. El menú semanal ____ me recomendó la dietista es equilibrado.

Het weekmenu ____ dat de diëtist mij heeft aangeraden is evenwichtig.

2. El arroz ____ comimos ayer llevaba pollo y verduras.

De rijst ____ we gisteren hebben gegeten bevatte kip en groenten.

3. Prefiero la lechuga ____ está más fresca para la ensalada.

Ik geef de voorkeur aan de sla ____ het meest vers is voor de salade.

4. El zumo de naranja ____ voy a comprar no tiene azúcar.

Het sinaasappelsap ____ ik ga kopen heeft geen suiker.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met het passende betrekkelijk voornaamwoord.

1.
«Quien» wordt gebruikt voor personen, niet voor «menú». Daarom is het hier onjuist.
«Cuyo» duidt bezit aan en moet gevolgd worden door een zelfstandig naamwoord (bijv. «cuyo plan»); het past niet vóór een werkwoord.
2.
«Cuyo» moet overeenkomen met een bezeten zelfstandig naamwoord (bijv. «cuyo tupper»), niet met een werkwoord.
In eenvoudige betrekkelijke zinnen gebruik je «que»; «quien» alleen voor personen in formelere structuren of met een voorzetsel.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Maak van de twee zinnen één zin met het juiste betrekkelijk voornaamwoord (que, quien/quienes, cuyo/cuya/cuyos/cuyas).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Tengo una dieta. La dieta no es muy estricta.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Tengo una dieta que no es muy estricta.
    (Ik heb een dieet dat niet erg strikt is.)
  2. Conozco a una nutricionista. Ella trabaja en el centro de salud.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Conozco a una nutricionista que trabaja en el centro de salud.
    (Ik ken een voedingsdeskundige die in het gezondheidscentrum werkt.)
  3. Este es el compañero. Él me recomendó un restaurante saludable.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Este es el compañero que me recomendó un restaurante saludable.
    (Dit is de collega die me een gezond restaurant heeft aanbevolen.)
  4. Hint Hint (cuyos) Es una empresa. Sus menús son muy sanos.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Es una empresa cuyos menús son muy sanos.
    (Het is een bedrijf waarvan de menu's erg gezond zijn.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Bespreek en stel een gezonde en evenwichtige weekmenu samen voor de werkweek.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En la oficina, organizas con un compañero un menú semanal saludable.
(Op kantoor stel je samen met een collega een gezond weekmenu samen.)

Bespreek
  • ¿Qué bebida que hidrata prefieres: zumo o refresco? ¿Por qué? (Welke hydraterende drank heb je liever: sap of frisdrank? Waarom?)
  • ¿Qué merienda saludable puedes traer a la oficina? Describe los ingredientes básicos. (Welke gezonde snack kun je meenemen naar kantoor? Beschrijf de basisingrediënten.)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Busco una dieta que sea sana y equilibrada. (Ik zoek een dieet dat gezond en evenwichtig is.)
  • Prefiero el arroz que preparo con pollo y lechuga. (Ik heb liever de rijst die ik met kip en sla bereid.)
  • La persona que me recomendó este menú trabaja en mi oficina. (De persoon die mij dit menu heeft aanbevolen, werkt op mijn kantoor.)

Gebruik in gesprek
  • que (para describir comida e ingredientes) (que (om eten en ingrediënten te beschrijven))
  • quien (para hablar de la persona que recomienda) (quien (om te praten over de persoon die het aanbeveelt))
  • cuyo/cuya (para indicar posesión) (cuyo/ cuya (om bezit aan te geven))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage