A2.8 - Vakantieramp?
A2.8 - Vakantieramp?

A2.8 - Vakantieramp? - Spreken

¿Desastre en las vacaciones?


Ejercicio: Gespreksoefening

  1. ¿Qué cosas malas pueden pasar en un viaje? (Wat voor nare dingen kunnen er op een reis gebeuren?)
  2. ¿Qué puedes hacer cuando te sucede? (Wat kun je doen als het jou overkomt?)
  3. ¿Te ha sucedido alguna vez una de esas situaciones? (Is een van die situaties ooit bij jou gebeurd?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten