A2.28: Oefening en levensstijl

Ejercicio y estilo de vida

Leerás expresiones esenciales sobre ejercicio y estilo de vida saludable, y practicarás adjetivos posesivos como "mío" y "tuyo" para hablar de rutinas personales y actividades deportivas.

Luister- en leesmateriaal

Oefen woordenschat in context met echte materialen.

A2.28.2 Cultura

La revolución del fitness al aire libre en las ciudades de España

De revolutie van fitness in de buitenlucht in de steden van Spanje


Woordenschat (18)

 Estar cansado: moe zijn (Spaans)

Estar cansado

Show

Moe zijn Show

 Fuerte: Sterk (Spaans)

Fuerte

Show

Sterk Show

 La rutina: De routine (Spaans)

La rutina

Show

De routine Show

 La fuerza: De kracht (Spaans)

La fuerza

Show

De kracht Show

 El entrenamiento: De training (Spaans)

El entrenamiento

Show

De training Show

 Estirar (uitrekken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Estirar

Show

Uitrekken Show

 Entrenar (trainen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Entrenar

Show

Trainen Show

 Levantar (optillen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Levantar

Show

Optillen Show

 Las pesas: De gewichten (Spaans)

Las pesas

Show

De gewichten Show

 Los ejercicios: De oefeningen (Spaans)

Los ejercicios

Show

De oefeningen Show

 El yoga: De yoga (Spaans)

El yoga

Show

De yoga Show

 La piscina: Het zwembad (Spaans)

La piscina

Show

Het zwembad Show

 Llevar una vida sana: Een gezond leven leiden (Spaans)

Llevar una vida sana

Show

Een gezond leven leiden Show

 Estar relajado: ontspannen zijn (Spaans)

Estar relajado

Show

Ontspannen zijn Show

 Estar etresado: Gestrest zijn (Spaans)

Estar etresado

Show

Gestrest zijn Show

 Esforzarse (zich inspannen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Esforzarse

Show

Zich inspannen Show

 Tener calor: Het warm hebben (Spaans)

Tener calor

Show

Het warm hebben Show

 Tener frío: Het koud hebben (Spaans)

Tener frío

Show

Het koud hebben Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

Estar cansado


Moe zijn

2

Llevar una vida sana


Een gezond leven leiden

3

Fuerte


Sterk

4

La piscina


Het zwembad

5

Los ejercicios


De oefeningen

Ejercicio 2: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. Sport je? Zo ja, wat doe je? (Sport je? Zo ja, wat doe je?)
  2. Hoe neem je beweging op in je dagelijks leven? (Hoe neem je beweging op in je dagelijkse leven?)
  3. Voel je je meestal moe of vol energie na het sporten? (Voel je je meestal moe of vol energie na het sporten?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Hago yoga todos los días. También hago estiramientos.

Ik doe elke dag yoga. Ik doe ook stretchoefeningen.

Levanto pesas en el gimnasio tres veces a la semana. Me gusta porque me hace sentir fuerte.

Ik hef drie keer per week gewichten in de sportschool. Ik vind het leuk omdat het me sterk laat voelen.

Camino a mi oficina en lugar de coger el coche.

Ik loop naar mijn kantoor in plaats van de auto te nemen.

Tengo una piscina, así que cada mañana nado durante media hora.

Ik heb een zwembad, dus zwem ik elke ochtend een half uur.

Siempre me siento bien después de hacer algún tipo de ejercicio. Me da energía.

Ik voel me altijd goed na het doen van wat voor soort oefening dan ook. Het geeft me energie.

Me siento cansado después de hacer ejercicio. Normalmente me acuesto temprano en un día así.

Ik voel me moe na het sporten. Meestal ga ik vroeg naar bed op zo'n dag.

...

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ayer ______ tres kilómetros en la piscina de mi barrio.

(Gisteren ______ ik drie kilometer gezwommen in het zwembad in mijn buurt.)

2. Después ______ relajarme porque terminé el entrenamiento temprano.

(Daarna ______ ik ontspannen omdat ik de training vroeg had afgerond.)

3. _______ con unos amigos suyos y fue muy motivador.

(_______ ik met een paar van zijn vrienden en het was erg motiverend.)

4. _______ yoga me ayudó a estar menos estresado durante la semana pasada.

(_______ yoga heeft me geholpen minder gestrest te zijn tijdens de afgelopen week.)

Oefening 5: Oefening en levensstijl

Instructie:

El fin de semana pasado, mi amiga y yo (Correr - Pretérito indefinido) en el parque para mejorar nuestro bienestar. Después, ella (Poder - Pretérito indefinido) venir a mi casa para hacer una rutina de yoga. Nosotros (Entrenar - Pretérito indefinido) juntos durante una hora y después ellos (Practicar - Pretérito indefinido) estiramientos para relajarse. Me gustó mucho la experiencia porque me sentí menos estresado y más fuerte.


Afgelopen weekend hebben mijn vriendin en ik in het park gerend om ons welzijn te verbeteren. Daarna kon zij naar mijn huis komen om een yogaroutine te doen. Wij hebben samen een uur getraind en daarna deden zij rek- en strekoefeningen om te ontspannen. Ik vond de ervaring heel leuk omdat ik me minder gestrest en sterker voelde.

Werkwoordschema's

Correr - Rennen

Pretérito indefinido

  • yo corrí
  • tú corriste
  • él/ella corrió
  • nosotros corrimos
  • vosotros corristeis
  • ellos/ellas corrieron

Poder - Kunnen

Pretérito indefinido

  • yo pude
  • tú pudiste
  • él/ella pudo
  • nosotros pudimos
  • vosotros pudisteis
  • ellos/ellas pudieron

Entrenar - Traineren

Pretérito indefinido

  • yo entrené
  • tú entrenaste
  • él/ella entrenó
  • nosotros entrenamos
  • vosotros entrenasteis
  • ellos/ellas entrenaron

Practicar - Oefenen

Pretérito indefinido

  • yo practiqué
  • tú practicaste
  • él/ella practicó
  • nosotros practicamos
  • vosotros practicasteis
  • ellos/ellas practicaron

Oefening 6: Los adjetivos posesivos: "Mío", "Tuyo", "Suyo", ...

Instructie: Vul het juiste woord in.

Grammatica: De bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden: "Mío", "Tuyo", "Suyo", ...

Toon vertaling Toon antwoorden

vuestra, nuestra, tuyo, suya, míos, mía

1. 1a plural:
Practicamos yoga con una amiga ... cada semana.
(We doen elke week aan yoga met een vriendin van ons.)
2. 2a singular:
: El entrenamiento ... fue muy intenso.
(Je training was erg intensief.)
3. 1a singular:
Hago unos ejercicios ... en casa cada mañana.
(Ik doe elke ochtend mijn eigen oefeningen thuis.)
4. 3a plural:
Ellos olvidaron una toalla ... en la piscina.
(Ze vergaten een eigen handdoek bij het zwembad.)
5. 1a singular:
Hago una rutina ... con yoga y pesas en casa.
(Ik doe mijn eigen routine met yoga en gewichten thuis.)
6. 1a plural:
Vamos a una clase ... de yoga los martes.
(We gaan op dinsdag naar onze yogales.)
7. 3a singular:
Vi una mochila ... junto a la piscina.
(Ik zag een van zijn rugzakken bij het zwembad.)
8. 2a plural:
¿Lleváis siempre ... rutina al gimnasio?
(Nemen jullie altijd je routine mee naar de sportschool?)

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

A2.28.3 Gramática

Los adjetivos posesivos: "Mío", "Tuyo", "Suyo", ...

De bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden: "Mío", "Tuyo", "Suyo", ...


Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Correr rennen

Pretérito indefinido

Spaans Nederlands
(yo) corrí ik rende
(tú) corriste jij rende
(él/ella) corrió hij/zij rende
(nosotros/nosotras) corrimos wij renden
(vosotros/vosotras) corristeis jullie renden
(ellos/ellas) corrieron zij rende(n)

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Poder kunnen

Pretérito indefinido

Spaans Nederlands
(yo) pude ik kon
(tú) pudiste jij kon
(él/ella) pudo hij kon/zij kon
(nosotros/nosotras) pudimos wij konden
(vosotros/vosotras) pudisteis jullie konden
(ellos/ellas) pudieron zij konden

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Entrenar trainen

Pretérito indefinido

Spaans Nederlands
(yo) entrené ik trainde
(tú) entrenaste jij trainde
(él/ella) entrenó hij/zij trainde
(nosotros/nosotras) entrenamos wij trainden
(vosotros/vosotras) entrenasteis jullie trainden
(ellos/ellas) entrenaron zij trainden

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Practicar oefenen

Pretérito indefinido

Spaans Nederlands
(yo) practiqué ik oefende
(tú) practicaste jij oefende
(él/ella) practicó hij/zij oefende
(nosotros/nosotras) practicamos wij oefenden
(vosotros/vosotras) practicasteis jullie oefenden
(ellos/ellas) practicaron zij oefenden

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Spaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Overzicht van de les: Beweging en een Gezonde Levensstijl

In deze les leer je over het thema ejercicio y estilo de vida saludable, oftewel lichaamsbeweging en een gezonde levensstijl. Je bestudeert voornamelijk het gebruik van bezittelijke voornaamwoorden in het Spaans, zoals "mío", "tuyo" en "suyo", die aangeven van wie iets is, vergelijkbaar met "mijn", "jouw" en "zijn/haar" in het Nederlands.

Belangrijke leerpunten en woordenschat

  • Bezittelijke voornaamwoorden: leer hoe je deze correct toepast om eigendom aan te geven binnen persoonlijke gesprekken over sport en ontspanning.
    Voorbeeld: "unos compañeros míos" (enkele vrienden van mij), "las pesas tuyas" (jouw gewichten).
  • Actieve werkwoorden in de verleden tijd: de pretérito indefinido wordt veel gebruikt om te praten over afgewerkte handelingen, bijvoorbeeld van sportactiviteiten in het verleden.
    Voorbeelden: corrí (ik rende), pude (ik kon), entrené (ik trainde), practicaron (zij deden [aan sport]).
  • Woorden en uitdrukkingen rond fitness en gezondheid: spinning, yoga, natación, senderismo, estiramientos.

Structuur en dialogen

Je oefent met dagelijkse gesprekken zoals:

  • Bespreking van sportactiviteiten na het werk.
  • Praten over hardloop- en fietsroutines in het park.
  • Gezamenlijke organisatie van sportactiviteiten en de positieve effecten daarvan.

Deze dialogen zijn vooral gericht op gebruik van bezittelijke voornaamwoorden om persoonlijke dingen te benoemen en tegelijkertijd woordenschat uit het fitnessdomein te leren.

Verbanden met het Nederlands

In het Spaans veranderen bezittelijke voornaamwoorden van vorm afhankelijk van het bezit en soms ook van het geslacht en aantal van het bezittelijke object, wat iets uitgebreider is dan in het Nederlands. Bijvoorbeeld:

  • "mi perro mío" – mijn eigen hond (dubbel juist gebruik voor nadruk).
  • "tus pesas" – jouw gewichten.
  • "compañeras nuestras" – onze vriendinnen.

Daarnaast heeft het Spaans voor de verleden tijd van werkwoorden (zoals correr, poder, entrenar, practicar) specifieke vormen in pretérito indefinido die je goed moet herkennen en oefenen, omdat ze anders zijn dan de Nederlandse verleden tijdsvormen.

Nuttige Spaanse uitdrukkingen met Nederlandse equivalenten

  • ¿Haces algún deporte después del trabajo?Doe jij aan sport na het werk?
  • Voy a la clase de spinning con unos compañeros míos.Ik ga naar de spinningles met een paar vrienden van mij.
  • Eso también es bueno.Dat is ook goed.
  • ¿Cuánto tiempo corres?Hoe lang ren je?
  • Normalmente corro treinta minutos cada día.Normaal gesproken ren ik dertig minuten per dag.

Lesniveau A2

Deze les past goed bij het A2-niveau omdat je bezig bent met het degelijk leren gebruiken van basale grammaticale structuren zoals de bezittelijke voornaamwoorden en de verleden tijd, in combinatie met praktische en herkenbare onderwerpen over sport en gezondheid.

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏