Imperatief: positief informeel: "Tú" en "Vosotros"

Imperativo afirmativo informal: "Tú" y "Vosotros"


Formas informales para dar órdenes o consejos.

(Informele vormen om bevelen of advies te geven.)

Wanneer gebruik je dit? (imperativo afirmativo)

Je gebruikt de bevestigende gebiedende wijs om iemand direct (maar informeel) iets te laten doen: advies, instructie, reminder.

  • = jij (één persoon)
  • vosotros = jullie (meerdere personen, vooral in Spanje)

Vorm: tú (jij) – neem “hij/zij” van de tegenwoordige tijd

De snelste truc: kijk naar él/ella/usted (3e persoon enkelvoud) in de presente. Dat is je imperatief voor .

Infinitivo Presente (él/ella) Imperativo (tú) Voorbeeld
trabajar trabaja trabaja Trabaja con entusiasmo.
contestar contesta contesta Contesta al móvil.
  • Let op: geen -s aan het einde. Dus: contestascontesta
  • Gebruik dit voor directe instructies: Di la verdad. (= Zeg de waarheid.)

Vorm: vosotros (jullie) – infinitief zonder -r + -d

Voor vosotros is het heel mechanisch:

infinitivo − r + d

Infinitivo Stap Imperativo (vosotros) Voorbeeld
trabajar trabaja + d trabajad Trabajad en equipo.
contestar contesta + d contestad Contestad los correos con educación.
decir deci + d decid Decid lo que pensáis.
  • Veelgemaakte fout: decir of dicen gebruiken. Jij wil: decid.

Onregelmatige vormen: die moet je gewoon herkennen

Sommige veelgebruikte werkwoorden hebben een eigen imperatiefvorm (vooral bij ).

Infinitivo Imperativo (tú) Voorbeeld
decir di Di la verdad.
hacer haz Haz el ejercicio ahora.
tener ten Ten paciencia.
  • Accent-check: di heeft geen accent. is fout hier.

Snelle zelfcheck (2 stappen)

  1. Wie spreek je aan?
    • 1 persoon →
    • meerdere personen → vosotros
  2. Welke vorm kies je?
    • → neem él/ella van de presente (meestal zonder -s)
    • vosotros → infinitief zonder -r + -d
    • Check of het werkwoord onregelmatig is (di, haz, ten…)

Mini-overzicht: correct vs. typisch fout

Doel Correct Typisch fout
Contesta al móvil. Contestas al móvil.
vosotros Contestad con educación. Contestáis con educación.
tú (onregelmatig) Di la verdad. la verdad.

Wat moet je vooral onthouden?

  • : klinkt vaak als “hij/zij” in de tegenwoordige tijd: contesta, trabaja.
  • vosotros: bijna altijd -d op het einde: contestad, trabajad, decid.
  • Een paar kernwerkwoorden zijn onregelmatig: di, haz, ten.
  1. Voor tú gebruik je de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd.
  2. Voor vosotros gebruik je het infinitief zonder -r + -d.
  3. Onregelmatige werkwoorden hebben een eigen vorm: ten, haz.
Pronombre (Voornaamwoord)Forma (Vorm)Ejemplo (Voorbeeld)
DiDi la verdad. (Zeg de waarheid.)
VosotrosDecidDecid lo que pensáis. (Zeg wat jullie denken.)
Tú ContestaContesta al móvil.
Vosotros ContestadContestad profesionalmente en todo momento.
Trabaja¡Trabaja con entusiasmo! (Werk met enthousiasme!)
VosotrosTrabajad¡Trabajad!

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. _____ la verdad en la entrevista y habla de tu experiencia con calma.

_____ de waarheid tijdens het sollicitatiegesprek en praat rustig over je ervaring.

2. _____ al móvil cuando te llamen del portal de empleo.

_____ je mobiel op als ze je bellen via de vacaturesite.

3. _____ con entusiasmo y revisad el currículum antes de enviarlo.

_____ met enthousiasme en kijk je cv na voordat je het verstuurt.

4. _____ en la carta de presentación por qué queréis este puesto de trabajo.

_____ in de sollicitatiebrief waarom je deze functie wilt.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin als een informele bevel- of advieszin in de bevestigende gebiedende wijs (jij / jullie), zoals aangegeven tussen haakjes. Voorbeeld: (tú) No dices la verdad. → Zeg de waarheid.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (tú) No dices la verdad en la reunión.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Di la verdad en la reunión.
    (Zeg de waarheid tijdens de vergadering.)
  2. Hint Hint (vosotros) No decís lo que pensáis en clase.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Decid lo que pensáis en clase.
    (Zeg in de les wat jullie denken.)
  3. Hint Hint (tú) No contestas al móvil durante el trabajo.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Contesta al móvil durante el trabajo.
    (Neem je telefoon op tijdens het werk.)
  4. Hint Hint (vosotros) No contestáis los correos con educación.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Contestad los correos con educación.
    (Beantwoord de e-mails beleefd.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage